Wie krijgt bijwerkingen van medicijnen?
Waarom krijgen sommige mensen bijwerkingen van medicijnen en anderen helemaal niet? Hoogleraar Goed Geneesmiddelengebruik professor Bart van den Bemt beantwoord veelgestelde vragen over medicijnen.

Wie is Bart van den Bemt?
Bart van den Bemt is hoogleraar Goed Geneesmiddengebruik (Personalized Pharmaceutical Care) aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. Hij werkt ook als medisch manager en onderzoeker bij de Sint Maartensapotheek, een apotheek die gespecialiseerd is in reuma, orthopedie en revalidatie. Bart is expert op het gebied van (aanvullende) behandelingen van reuma.
"Hoe een geneesmiddel bij jou uitpakt, hangt onder andere af van leeftijd, gewicht, en hoe goed je lever en nieren werken."
Medicijnen geven altijd bijwerkingen, toch?
Nee, dat klopt niet. Bijwerkingen verschillen sterk per persoon. De één merkt nauwelijks iets, terwijl een ander bij dezelfde dosering wél klachten krijgt. Het lijkt een kwestie van geluk of pech hebben, maar het heeft alles te maken met de biologie van je lichaam. En helaas kun je dat niet altijd voorspellen. We werken er trouwens wel hard aan om te kijken of dit op basis van bloed of DNA wel lukt.
Neem methotrexaat als voorbeeld. Veel mensen met ontstekingsreuma hebben er baat bij en verdragen het goed, maar er zijn ook patiënten die bijwerkingen ervaren. Ze worden er juist misselijk van of vermoeid.
Leeftijd, gewicht, lever en nieren
Hoe een geneesmiddel bij jou uitpakt, hangt onder andere af van leeftijd, lichaamsgewicht, en hoe goed je lever en nieren werken. Deze organen zorgen namelijk voor de afbraak en uitscheiding van medicijnen. Gaat dat sneller of juist langzamer, dan verandert ook het effect en de kans op bijwerkingen.
Daarnaast speelt de gevoeligheid van het lichaam voor een medicijn een rol. Werkzame stoffen grijpen aan op zogeheten receptoren op cellen. Dat werkt als een sleutel op een slot. Maar die ‘slotjes’ kunnen per persoon verschillen in aantal en gevoeligheid. Bij ouderen reageert het lichaam vaak sterker op medicijnen, terwijl bij jongeren sommige van die systemen nog in ontwikkeling zijn. Daardoor kan dezelfde dosis van een middel bij de één weinig doen en bij de ander juist veel.
Genetische verschillen
Ook genetische verschillen spelen mee. Misschien ken je dit voorbeeld wel: sommige mensen van Oost-Aziatische afkomst hebben een enzymvariant waardoor alcohol langzamer wordt afgebroken. Daardoor voelen zij zich sneller dronken met dezelfde hoeveelheid alcohol. Dat principe geldt ook voor medicijnen. Maar dat merk je meestal pas als je ze gebruikt.
Geen goede match
Ervaar je bijwerkingen? Bespreek dat met je arts. Soms helpt een andere dosering, een middel om de bijwerkingen te verzachten of een ander geneesmiddel. Want wat voor de één prima werkt, kan voor de ander simpelweg geen goede match zijn.