Josée Dolmans (96): verhalen, herinneringen en reuma 

De ontvangst is hartelijk en warm. Op de drempel verschijnt Josée Dolmans-Steenaert, stralend in koninklijk blauw. Haar blouse en bijpassende sieraden lijken de kleur van de warme, wolkenloze lucht boven de Arnhemse bossen te weerspiegelen. Een elegante dame die je moeiteloos wat jaren jonger zou schatten. "Kan dit wel, zo zonder mouwen voor de camera?", vraagt ze haar bezoek.

Behendig rolt ze haar eetkamerstoel wat dichter naar de tafel. “Lopen gaat helaas lastig. Dat komt door de polyneuropathie. Een complicatie van de vorm van reuma die ik heb, de ziekte van Sjögren. Gelukkig nemen mijn kinderen me regelmatig mee naar buiten. Ze bezoeken mij om beurten in het weekend.” 

Josée Dolmans - 96 - portret -quote
'Het zal eind jaren zestig zijn geweest. Ik had allerlei pijntjes en ik was moe. Maar ja, je hebt zes jonge kinderen. Dan ben je weleens moe.'
Josée Dolmans-Steenaert (96), zomer 2026.

Een huis vol leven

Zes kinderen kreeg ze. En vijftien kleinkinderen zag ze geboren worden. Haar trotse ‘bezit’ kijkt ons lachend aan vanaf de keukenmuur. “Inmiddels heb ik ook al vier achterkleinkinderen”, zegt ze, terwijl ze haar mobiele telefoon erbij pakt en door haar appjes scrollt. “Kijk, dit is de jongste.”  

De kinderen en hún kinderen: dat waren stuk voor stuk hoogtepunten, vertelt ze. Maar het echte hoogtepunt in haar leven was toch haar man: “Hij stierf dertien jaar geleden. We waren net naar de kapper en de Albert Heijn geweest, en hij ging nog even de sproeiers verplaatsen in de tuin. Hij bleef zo lang weg, dat ik toch maar eens ging kijken waar hij bleef. En daar vond ik ‘m, op de grond. Een hoopje kleding. Meer was het niet.”
“Natuurlijk mis ik hem enorm. Maar ik ben vooral dankbaar voor hóe hij is heengegaan. Gewoon thuis, zonder pijn of lijdensweg.”   

Van corps tot ja-woord

Haar ogen stralen als ze vertelt hoe ze elkaar ontmoetten eind jaren veertig. “Hij was praeses bij het corps; en ik het allerjongste meisje bij de studentenvereniging. Hij vroeg mij uit, ja echt, en we hadden nog nooit gepraat met elkaar. 
Ons eerste afspraakje was in Tilburg. En daar, diezelfde avond, vroeg hij mij ten huwelijk. Ik weet nog dat mijn vriendin later vroeg: ‘zoent hij lekker?’ Maar we hadden zelfs niet eens gekust!”  

Haar ogen beginnen opnieuw te glimmen als ze eraan terugdenkt: “We trouwden in 1954 en we zijn altijd bij elkaar gebleven.”  

Een naam voor de moeheid: diagnose Sjögren

Mevrouw Dolmans weet niet meer precies wanneer ze de diagnose Sjögren kreeg. “Het zal eind jaren zestig zijn geweest. Ik had allerlei pijntjes en ik was moe. Zó moe! Maar ja, je hebt zes jonge kinderen. Dan ben je natuurlijk weleens moe. 
Eerst werd gedacht aan wat we nu fibromyalgie noemen. Maar uiteindelijk kwam naar voren dat het de ziekte van Sjögren was. Daar had ik nog nooit van gehoord. Ik wist ook niet dat dit een vorm van reuma was. Daar ben ik later over gaan lezen. Ik kende de ziekte reuma eigenlijk alleen van de collecte; de mensen die voor het vroegere Reumafonds langs de deuren gingen. 

Enorme opluchting 

Leuk was het niet, integendeel. Maar het voelde ook als een enorme opluchting toen mijn klachten een naam kregen. Als je weet wat iets is, dan kan je het accepteren. Het moet een naam hebben, ik wil weten wat het is.” 

Schuursponsje tegen de jeuk 

Sjögren kenmerkt zich door droge ogen, een droge neus en last met slikken. “Ik moet zes keer per dag gedruppeld worden. Maar meer last heb ik nu van de polyneuropathie. Ach, en die jeuk bij mijn vingers. Maar kijk, dit gebruik ik als het echt vervelend begint te worden. Een soort schuursponsje dat ik ooit van een verpleegkundige kreeg.” 

Josée Dolmans (96)- schuursponsje tegen de jeuk - ziekte van Sjögren

Bloemen, vilt en een goudkleurige rollator

Haar klachten hebben haar er nooit van weerhouden creatief te blijven. Het bewijs is overal om ons heen te zien. Vitrines gevuld met de meest kunstige popjes van vilt. Van grote exemplaren tot kleine, verfijnde figuurtjes voor in de kerstboom: alles handgemaakt; het zit prachtig in elkaar. 

Naast de bank staat een goudkleurige rollator. “Nee hoor”, lacht ze, “die heb ik niet zo gekocht. Ik heb hem speciaal laten spuiten.” 
Knippen uit servetten

“Mijn allergrootste hobby zijn altijd bloemen geweest”, vervolgt ze. “Ik deed aan bloemschikken, dat vond ik heerlijk. Ik mocht ook jureren bij wedstrijden. Toen dat niet meer ging, ben ik gaan knippen; nu maak ik bloemen op papier. Die knip ik uit servetjes bijvoorbeeld. 
De Strelitzia reginae, ook wel bekend als de paradijsvogelbloem, is mijn lievelingsplant. Wist je dat die wel vier keer bloeit?” 

Handwerk van Josée Dolmans

Naar de universiteit 

Creativiteit en nieuwsgierigheid lopen als een rode draad door haar leven. Al jong wilde ze leren, ontdekken én studeren – bijzonder voor een meisje in die tijd.

"Terugkijkend heb ik veel aan mijn moeder te danken. Ik wilde wiskunde studeren, maar volgens mijn moeder zou mijn vader daar nooit mee instemmen. 'Wat kun je daar nu mee?', was zijn reactie. Haar advies was slim: stel hem voor dat je economie wilt studeren, dat had mijn vader namelijk zelf gedaan." Ze glimlacht. "En inderdaad, toen vond hij het wél goed en mocht ik naar de universiteit."
 
Ze schenkt onze glazen nog eens bij, serveert nog een luxe bonbon en glimlacht: “Mijn moeder was bijzonder. Ze reisde veel, van Parijs tot Lima. Ze deed misschien minder voor haar gezin, maar des te meer voor de gemeenschap.”  

Het Dorp van Mies Bouwman en een gouden speld 

Die maatschappelijke betrokkenheid heeft Josée Dolmans dus niet van een vreemde. Ze zette zich jarenlang in voor Het Dorp, de woon- en leefgemeenschap die in Arnhem werd gerealiseerd na de legendarische tv-marathon van Mies Bouwman. Tijdens die uitzending kwam Nederland in 1962 massaal in actie voor mensen met een lichamelijke beperking, onder wie ook veel mensen met reuma. Mevrouw Dolmans kreeg uiteindelijk een gouden speld voor haar werk.

Josée Dolmans -96 jaar - reuma -portret bij quote 2
'De reuma en polyneuropathie zijn naar, maar mijn hoofd doet het gelukkig nog. Ik doe nog altijd mijn eigen belastingaangifte.'
Josée Dolmans-Steenaert (96), zomer 2026

'Het is goed zoals het is gegaan'

“Of ik dingen heb gemist of anders had gewild? Ach, ik had beter willen kunnen tekenen, en Engels spreken. Maar het is goed zoals het is gegaan. Ik heb een rijk leven gehad, en dat heb ik nog steeds.  

‘Mijn hoofd doet het gelukkig nog’ 

Het woord eenzaam ken ik niet. Ik ben de hele dag nog bezig. De polyneuropathie en de reuma zijn vervelend, maar mijn hoofd doet het gelukkig nog.” Lachend: “Ik doe nog altijd mijn eigen belastingaangifte.” 

Handgemaakt cadeautje van Josée Dolmans

Bekijk het interview in de video

To be able to view this content you need to accept the cookies that come from this third party.

Voor het honderdjarig bestaan van ReumaNederland maakte Josée Dolmans een bijzonder handwerkje met bloemen. "Reuma is als een distel: ze brandt, steekt en prikt. En de roos, die is voor al het onderzoek dat jullie al 100 jaar doen."

‘De mens is niet zijn ziekte’

Met dank aan oud-reumatoloog Matthijs Janssen

Onze hartelijke dank gaat uit naar oud-reumatoloog Matthijs Janssen, die jarenlang de behandelend arts was van Josée Dolmans. Dankzij zijn betrokkenheid kon dit portret tot stand komen. "Een mens is niet zijn ziekte. Mevrouw Dolmans is daar een prachtig voorbeeld van."

Een eeuw aan verhalen

ReumaNederland bestaat 100 jaar. Met historische mijlpalen, interviews en persoonlijke verhalen blikken we terug op een eeuw vooruitgang én kijken we vooruit.
Speldje

Josée Dolmans-Steenaert

96

Sjögren en polyneuropathie