Van enkelblessure naar artrose: kunnen we dit stoppen?
Een verzwikte enkel lijkt vaak onschuldig. Toch kan zo’n blessure jaren later leiden tot ernstige artrose. Denk maar aan Marco van Basten. En hij is helaas geen uitzondering. Onderzoekers werken aan een nieuwe techniek die schade aan het kraakbeen al heel vroeg zichtbaar maakt. Zo hopen ze sneller te zien bij wie extra behandeling nodig is.

Innovatief instrument ziet kraakbeenschade voordat er klachten zijn
Enkelartrose ontstaat vrijwel altijd na een blessure, zoals (herhaald) verzwikken, een verkeerde enkelstand of een oude breuk. Jaarlijks lopen in Nederland honderdduizenden mensen een enkelverstuiking op. Dat gebeurt vaak tijdens sporten waarbij veel wordt gesprongen en gedraaid, zoals voetbal, volleybal, basketbal en hockey. Maar verzwikken kan net zo goed gebeuren als iemand een stoeprandje mist of verkeerd de tuin in stapt.
Niet duidelijk waarom gewricht bij de een goed herstelt, en bij de ander niet
Bij een deel van deze mensen raakt het kraakbeen blijvend beschadigd en ontstaat uiteindelijk artrose. Waarom het gewricht bij sommige mensen goed herstelt en bij anderen niet, weten artsen nog altijd niet precies.
“Dat willen we graag beter begrijpen”, vertelt sportarts en hoogleraar Sportgeneeskunde prof. dr. Hans Tol in het Amsterdam UMC. Zijn afdeling Orthopedie en Sportgeneeskunde staat internationaal bekend om de behandeling van enkelblessures en innovatief onderzoek. Het team behandelt zowel topsporters als recreatieve sporters en werkt daarbij onder meer samen met Ajax en andere (top)sportorganisaties.
Huidige behandelopties zijn beperkt
“De huidige behandelmogelijkheden bij enkelartrose zijn beperkt. Soms rest alleen het vastzetten van de enkel of het plaatsen van een kunstgewricht. Dat heeft grote gevolgen voor mensen, niet alleen bij sporten, maar ook thuis en op het werk.” Volgens Tol is vroege opsporing van schade daarom belangrijk.
“Beginnende kraakbeenschade is vaak nog niet zichtbaar op een MRI-scan, terwijl het beschadigingsproces dan al wel begonnen kan zijn.”
Samen met onderzoekers van onder meer de Universiteit Twente, Universiteit Leiden en het Erasmus MC, werkt het team van professor Tol daarom aan een innovatief instrument dat schade in een veel eerder stadium zichtbaar moet maken. Hoe sneller schade wordt ontdekt, hoe groter de kans dat verdere achteruitgang en uiteindelijk artrose kunnen worden voorkomen.
Nieuwe ultradunne naaldscoop kijkt rechtstreeks in het gewricht
De onderzoekers ontwikkelden een aangepaste ultradunne naaldscoop waarmee artsen rechtstreeks ín het gewricht kunnen kijken. De naald is slechts 1,9 millimeter dik en werkt als een soort mini-kijkoperatie.
Waarom is zo’n nieuw instrument nodig? Onderzoeksleider dr. Kaj Emanuel vertelt dat de huidige beeldvorming niet gevoelig genoeg is om de vroegste schade te zien.
“In eerder onderzoek hebben we al gezien dat er na ernstige enkelletsels veel schade in het kraakbeen kan zijn dat nog niet met een MRI zichtbaar is. Met de naaldscoop kunnen we dit al wel zien.”
Geavanceerde optische technieken die veranderingen in kraakbeen meten
Maar alleen kijken is niet genoeg. Daarom combineren de onderzoekers de naaldscoop met geavanceerde optische technieken die subtiele veranderingen in het kraakbeen kunnen meten. “We gebruiken daarbij infrarood licht, dat dieper in het weefsel doordringt. Gezond kraakbeen absorbeert en weerkaatst dit licht anders dan beschadigd kraakbeen. Daardoor kunnen veranderingen zichtbaar worden die met gewone scans of kijkoperaties nog niet te zien zijn.”
Uiteindelijk moeten AI-gestuurde analyses helpen om gezond en beschadigd kraakbeen beter van elkaar te onderscheiden.
Samen met orthopedisch chirurgen ontwikkelden de onderzoekers inmiddels meerdere prototypes van de nieuwe naaldscoop. Er wordt nu gewerkt aan twee veelbelovende uitvoeringen: een instrument met extra meetmogelijkheden én een compacte versie met één dun meetvezeltje, speciaal voor bepaalde patiëntgroepen.
Schade zichtbaar voordat er klachten zijn
Uiteindelijk hopen de onderzoekers een methode te ontwikkelen waarmee artsen kort na een blessure beter kunnen inschatten of iemand risico loopt op blijvende gewrichtsschade.
Hans Tol: “In een ideaal scenario zou een arts straks met een kleine naaldscopie snel kunnen zien of het foute boel is. Krijg je groen licht, dan herstelt het kraakbeen waarschijnlijk goed. Bij rood licht is gerichte behandeling of begeleiding nodig.”
Dat is belangrijk, benadrukt hij, omdat kraakbeen juist in die vroege fase mogelijk nog herstelpotentieel heeft. Met gerichte behandeling, aangepaste belasting of nieuwe regeneratieve therapieën zou verdere schade misschien kunnen worden voorkomen.
Toch is het onderzoek nog niet zover. Eerst moeten patiëntstudies aantonen hoe betrouwbaar en bruikbaar de techniek in de praktijk is.
Eerste patiëntstudie met 128 mensen
In de volgende onderzoeksfase worden de meetmethoden verder verfijnd en gekoppeld aan microscopisch weefselonderzoek. Ook start een grote patiëntstudie onder 128 mensen met een acute enkelblessure.
De onderzoekers vergelijken de nieuwe techniek met bestaande MRI-diagnostiek en zullen patiënten over langere tijd volgen. Om beter te begrijpen waarom de ene patiënt wel artrose ontwikkelt en de andere niet, kijken ze daarbij naar verschillende factoren. Denk aan sportbelasting, maar ook leefstijl, werk en persoonlijke omstandigheden.
Alleen deelnemers in de acute fase na blessure
Mensen met enkelartrose kunnen zich niet zomaar aanmelden voor de studie, benadrukt dr. Emanuel: “We zoeken echt deelnemers die nog in de zogenaamde acute fase zitten, dus binnen drie maanden na de blessure. Zo kunnen de allereerste veranderingen in het kraakbeen goed gevolgd worden. De deelnemers worden onder meer geworven via huisartsenposten, spoedeisende hulpen en sportverenigingen.”
De deelnemers worden uiteindelijk vijf jaar lang gevolgd. Aan het begin van de studie krijgen zij onder meer een röntgenfoto, lichamelijk onderzoek, vragenlijsten en een naaldscopie. Na een jaar volgen opnieuw metingen met de naaldscoop en een MRI-scan. Vijf jaar later wordt opnieuw een röntgenfoto gemaakt.
Niet alleen relevant voor topsporters
Hoewel de techniek binnen de orthopedie en sportgeneeskunde wordt ontwikkeld, is deze zeker niet alleen voor topsporters bedoeld. “Dit is relevant voor iedereen die beweegt”, zegt dr. Emanuel.
Als de techniek betrouwbaar genoeg blijkt, hopen de onderzoekers dat de naaldscoop uiteindelijk kan uitgroeien tot een praktisch hulpmiddel voor artsen om risicopatiënten vroeg op te sporen en gerichter te begeleiden.
Hans Tol besluit: “De gedachte dat artrose simpelweg ‘slijtage’ is, waar toch niets aan te doen valt, leeft nog altijd sterk. Dat is jammer. Bewegen is essentieel, júist als je artrose hebt. Vroege opsporing en gerichte behandeling kunnen mogelijk helpen om gewrichten langer gezond te houden en mensen in beweging te houden.”