Neuskraakbeen nieuwe hoop bij knieartrose
Kunnen we ernstig kraakbeenverlies in de knie herstellen met cellen uit ... de eigen neus? Die revolutionaire vraag staat centraal in een nieuwe, internationale studie naar de behandeling van artrose achter de knieschijf, waaraan het Maastricht UMC+ als enige ziekenhuis in Nederland deelneemt. Dit is mogelijk gemaakt door ReumaNederland.

Maastricht UMC + test primeur
Patellofemorale artrose – artrose achter de knieschijf
De bijzondere techniek, N-TEC genaamd, is ontwikkeld door het Universiteitsziekenhuis van Basel en wordt al ruim twintig jaar onderzocht. Tot nu toe is zij in studieverband toegepast bij patiënten met kleinere, lokale kraakbeendefecten.
In de nieuwe studie wordt de methode voor het eerst grootschalig getest bij mensen met patellofemorale artrose, artrose achter de knieschijf. Deze vorm van artrose komt relatief vaak voor, ook bij jongere en sportieve mensen, en kan veel pijn en beperkingen geven bij activiteiten zoals traplopen, fietsen of lang zitten. De huidige behandelopties zijn beperkt.
Dit kan aanpak kraakbeenschade fundamenteel veranderen
N-TEC-Studie richt zich specifiek op groep patellofemorale artrose
Maastricht UMC+ onderzoekt of kraakbeen uit de neus kan bijdragen aan het herstel van kraakbeenschade achter de knieschijf. We noemen deze vorm van artrose patellofemorale artrose, en die komt vaak voor. Het is een aandoening die gepaard gaat met pijn bij traplopen, fietsen of langdurig zitten. Verwacht wordt dat er begin 2026 gestart kan worden met het benaderen van patiënten.
Zo werkt de techniek N-TEC
N-TEC staat voor Nasal chondrocyte-based Tissue Engineered Cartilage. Bij de methode worden kraakbeencellen (chondrocyten) uit de neus van de patiënt zelf gebruikt. Door deze cellen in het laboratorium op te kweken – op een soort biologisch matje – ontstaat een implantaat dat kan worden teruggeplaatst in het kniegewricht, op de plek waar het kraakbeen defect is. Het idee is dat de lichaamseigen cellen helpen bij het herstel van het gewricht en verdere slijtage kunnen voorkomen.
Waarom kraakbeen uit de neus?
De Zwitserse onderzoekers ontdekten dat kraakbeencellen uit het neustussenschot verrassend goed geschikt zijn om nieuw kraakbeen te vormen. Deze zogenaamde neuschondrocyten kunnen in het laboratorium worden opgekweekt tot een stevig en biologisch actief implantaat, dat qua samenstelling sterk lijkt op het oorspronkelijke kraakbeen in de knie.
Niet alleen zijn deze cellen technisch goed te kweken, ze lijken ook beter bestand tegen ontstekingsprikkels dan kraakbeencellen uit andere delen van het lichaam. Eerder onderzoek suggereert zelfs dat ze een beschermende, ontstekingsremmende werking kunnen hebben in een gewricht dat al tekenen van slijtage vertoont. Dat maakt ze bijzonder interessant voor mensen met kraakbeenschade of beginnende artrose.
Waarom is dit onderzoek nodig?
Artrose achter de knieschijf, ofwel patellofemorale artrose (PFA), komt veel voor. De aandoening zorgt voor pijn en bewegingsbeperking, vooral bij traplopen, fietsen of langdurig zitten.
Pre-artrose ofwel een lokaal kraakbeendefect achter de knieschijf wordt normaal behandeld met fysiotherapie en pijnstilling of injecties met hyaluronzuur. Als dat onvoldoende helpt, kan een zogeheten microfractuur worden toegepast. Dat is een operatie waarbij kleine gaatjes in het bot worden geboord om herstel met eigen stamcellen te stimuleren. Bij grotere defecten kan een transplantatie worden toegepast met lichaamseigen kraakbeencellen.
Als de aandoening in een verder gevorderd stadium is, en ook het omliggende en tegenoverliggende kraakbeen is aangedaan is, spreken we van PFA en resteert vaak alleen nog een (gedeeltelijke) knieprothese.
Veel onderzoek in Europa
Omdat geen van deze opties het oorspronkelijke kraakbeen volledig herstelt, wordt er binnen Europa ontzettend veel onderzoek gedaan naar zogenaamde kniebesparende ingrepen en methoden om kraakbeenherstel mogelijk te maken. De N-TEC-studie is zo’n onderzoek, waarbij wordt gekeken of de neuskraakbeencellen niet alleen kunnen helpen bij herstel van kraakbeenschade, maar ook verdere slijtage kunnen tegengaan.
Dit wordt in de studie onderzocht
De N-TEC-studie bestaat uit twee onderzoekstrajecten waarin de methode wordt vergeleken met de nu bestaande behandelingen:
- Deel 1: vergelijking tussen N-TEC en AMIC, een gangbare techniek waarbij het kraakbeendefect wordt gestimuleerd tot herstel met behulp van stamcellen uit het eigen bot.
- Deel 2: vergelijking tussen N-TEC en een patellofemorale (PF) knieprothese, een gedeeltelijke knieprothese die specifiek gericht is op slijtage achter de knieschijf.
In beide studies worden deelnemers door middel van loting toegewezen aan een van de behandelgroepen. In totaal zullen 75 patiënten meedoen in Europa, waarvan 13 in Nederland. Maastricht UMC+ is het enige ziekenhuis in Nederland dat aan deze studie meedoet.
Internationaal samenwerkingsverband
De studie wordt uitgevoerd binnen het Europese consortium Encanto. Naast Nederland nemen ook ziekenhuizen uit Zwitserland, Italië, Duitsland, Kroatië, Oostenrijk, Polen, Zweden en Finland deel aan dit onderzoek.
Van neus naar knie: zo werkt de N-TEC-techniek
De N-TEC behandeling bestaat uit twee operaties:
- Neusbiopt: Eerst wordt onder lokale verdoving een klein stukje kraakbeen (6 mm) uit het neustussenschot verwijderd. Dit gebeurt zo ver mogelijk achter in de neus om latere klachten te voorkomen.
- Kweekfase: In een gespecialiseerd laboratorium worden de kraakbeencellen uit het biopt gehaald en vermeerderd. De cellen groeien uit tot een kraakbeenachtig weefsel op een dun eiwitmembraan.
- Implantatie: Ruim zes weken later wordt dit op maat gemaakte ‘biokraakbeen’ via een kijkoperatie ingebracht op de plek van het defect in de knie.
Het unieke van deze techniek is dat het volledig gebruikmaakt van lichaamseigen materiaal, waardoor het risico op afstoting laag is. Bovendien bootsen neuskraakbeencellen het oorspronkelijke kraakbeen goed na, en zijn ze beter bestand tegen de druk en beweging in een kniegewricht dan cellen uit andere delen van het lichaam.
(Foto: Alan Ivković, Clinical Hospital Holy Spirit, Zagreb)
Begeleiding & nazorg
Na de ingreep volgen deelnemers een uitgebreid revalidatietraject met hulp van een fysiotherapeut. Daarnaast is er een speciale app beschikbaar met instructievideo’s, oefenschema’s en terugkoppeling voor zowel patiënt als behandelaar. De studie loopt over een periode van twee jaar, met een optionele extra controle na vijf jaar.
ReumaNederland investeert in behoud van eigen kniegewrichten
Artrose is de meestvoorkomende vorm van reuma, waarbij knieartrose het vaakst voorkomt. Het aantal mensen met knieproblemen stijgt snel en zal de komende jaren alleen maar toenemen. Het aantal behandelopties is nu beperkt. Een knieprothese biedt vaak verlichting, maar is lang niet voor iedereen ideaal – zeker niet op jongere leeftijd.
ReumaNederland zet zich daarom al jaren in om kniebesparende behandelingen mogelijk te maken. Niet om de kunstknie te verbannen, maar om patiënten eerder perspectief te bieden op herstel met minder ingrijpende ingrepen.
De hoop is dat ook deze nieuwe techniek daar in de toekomst een belangrijke rol in kan spelen: door pijn te verminderen, het kraakbeen te herstellen en een prothese misschien zelfs uit te stellen of te voorkomen.
Veelbelovende resultaten
De eerste resultaten van kleine eerdere studies naar N-TEC zijn veelbelovend, maar de behandeling is nog niet officieel goedgekeurd voor algemeen gebruik. De techniek is al bij meer dan 150 mensen met kleine kraakbeendefecten in de knie toegepast. De resultaten, tot vijf jaar na behandeling, zijn zeer positief en ook al gepubliceerd. Met deze nieuwe studie willen we extra bewijs verzamelen over hoe goed de behandeling werkt.
Mocht blijken dat N-TEC inderdaad helpt bij het herstel én het voorkomen van verder kraakbeenverlies, dan zou dit een baanbrekende nieuwe optie kunnen worden voor mensen met kraakbeenproblemen in de knie.
Meer weten?
Op encanto.health vind je nog veel meer informatie over het consortium en N-TEC.