Van je medicijnen zijn vaak verschillende merken van verschillende fabrikanten beschikbaar met precies dezelfde werkzame stof. Je zorgverzekeraar kan ervoor kiezen één merk als voorkeursmiddel aan te wijzen. In dat geval wordt alleen het voorkeursmiddel vergoed. Dit heet ‘preferentiebeleid’ of soms wordt het ook wel ‘voorkeursbeleid’ genoemd.

Hierdoor kan je medicijn er soms anders uitzien, vergeleken met de vorige keer dat je het in de apotheek meekreeg: een andere vorm pil, een ander doosje en een andere fabriek waar het uit komt. Wel is de werkzame stof hetzelfde.

Elke zorgverzekeraar mag zelf bepalen of hij wel of geen preferentiebeleid hanteert. Hoe het preferentiebeleid van jouw zorgverzekeraar is, kun je terugvinden in de polisvoorwaarden, op de website of navragen bij de klantenservice van je zorgverzekeraar. Op de website van je zorgverzekeraar kun je de lijst vinden van middelen die bij jou zorgverzekeraar preferent zijn gesteld.

Een uitzondering geldt bij de vermelding ‘medische noodzaak’ op je recept. Je hebt dan recht op het merk medicijn dat op je recept staat, omdat je arts het medisch gezien noodzakelijk vindt dat je een ander merk krijgt.

Neem in dat geval snel contact op met je arts en overleg wat jullie kunnen doen.

Ook is het slim om je bijwerking te melden bij het bijwerkingencentrum van het Lareb en op ons meldpunt Reumamedicijnen.

Krijg je een medicijn dat een preferent middel betreft? En vindt je arts het niet verantwoord dat je doorgaat met dit merk medicijn? Dan kan hij ‘medische noodzaak’ of ‘MN’ op het recept vermelden. Met deze vermelding op je recept heb je recht op vergoeding van het niet-preferente medicijn dat voor jou het meest geschikt is.

Heb je een medicijn van een ander merk meegekregen dat je al bent gaan gebruiken en krijg je hierdoor last van bijwerkingen, een minder goede werking, of is de tablet, capsule of de injectiespuit minder goed te gebruiken? Overleg dan alsnog met je arts om eventueel medische noodzaak op je recept vermeld te krijgen.

Wil je het medicijn van jouw voorkeur blijven gebruiken, zonder dat hiervoor een medische noodzaak is en betreft het een middel dat preferent is gesteld?  Dan moet je de kosten volledig zelf betalen. Ook de afleverkosten komen dan voor eigen rekening.

Je zorgverzekeraar of apotheker mag controleren of de vermelding medische noodzaak op goede gronden is gebeurd bij de voorschrijver. De apotheker of verzekeraar kan ook aan je vragen om het preferente middel toch te gaan gebruiken. Maar dit hoef je niet te accepteren.

Ga, als het je niet lukt om medische noodzaak geaccepteerd te krijgen, na wat je zorgverzekeraar hiervan vindt:

  • Als de zorgverzekeraar aangeeft dat je toch recht hebt op het niet-preferente middel, koppel dit dan terug aan je apotheker en vraag om toch het niet-preferente middel vergoed te krijgen. Als dat niet lukt, overweeg dan naar een andere apotheek te gaan.
  • Als je niet het geneesmiddel vergoed krijgt waarvoor je bent verzekerd, is het altijd goed om een klacht in te dienen. Dien eerst een schriftelijke klacht (per brief of e-mail) in bij je zorgverzekeraar. Hier vind je een voorbeeldtekst.
  • Krijg je vervolgens toch geen vergoeding, dien dan een klacht in bij de Stichting Klachten en Geschillen Zorgverzekeringen (SKGZ) via Skgz.nl.  En bespreek je situatie ook met je arts.

Op stofnaam voorschrijven betekent dat je arts de werkzame stof van een medicijn op het recept vermeldt. De apotheker kan dan vervolgens bekijken welk merk van het medicijn hij aan jou meegeeft. De apotheker moet je daarbij wel informeren en om toestemming vragen wanneer dit betekent dat het een ander middel is dan je gewend bent.

Wanneer je bijwerkingen hebt van het nieuwe medicijn, neem dan contact op met je arts. Eventueel kan hij, wanneer dit medisch gezien noodzakelijk is, het medicijn op merknaam voorschrijven op je recept. Je hebt dan recht op het merk medicijn dat op je recept staat.

Wij adviseren je dan om contact op te nemen met je verzekeraar.

  • Als de verzekeraar aangeeft dat je toch recht hebt op het medicijn dat op merknaam is voorgeschreven, koppel dit dan terug naar je apotheker en vraag om toch dit merk vergoed te krijgen.  Als dat niet lukt, overweeg dan naar een andere apotheek te gaan.
  • Als je niet het geneesmiddel vergoed krijgt, waarvoor je bent verzekerd, is het altijd goed om een klacht in te dienen. Dien eerst een schriftelijke klacht (per brief of e-mail) in bij je zorgverzekeraar. Hier vind je een voorbeeldtekst.
  • Krijg je toch geen vergoeding, dien dan een klacht in bij de Stichting Klachten en Geschillen Zorgverzekeringen (SKGZ) via Skgz.nl. Bespreek deze situatie ook met je arts.

Je kan de volgende stappen zetten om te proberen je vertrouwde merk medicijn weer mee te krijgen:

  1. Check altijd bij de apotheek of je jouw vertrouwde merk medicijn hebt meegekregen.
  2. Is dat niet zo? Vraag de apotheek wat de reden is.
  3. Verwacht je klachten, zoals bijwerkingen, door het andere merk of twijfel je hierover? Overleg dan met je apotheker en/of arts.
  4. Als dat medisch gezien nodig is, kan jouw arts ‘medische noodzaak’ of ‘merknaam’ op het recept schrijven.
  5. Als je je medicijnen met die vermelding nóg niet meekrijgt, neem dan contact op met je zorgverzekeraar en dien daar eventueel een klacht in.
    Hier vind je een voorbeeldtekst.
  6. Kom je er met je zorgverzekeraar ook niet uit? Meld je klacht bij de Stichting Klachten en Geschillen Zorgverzekeraars (SKGZ).
  7. Neem tot slot ook contact op met je arts om te laten weten dat je nog steeds je vertrouwde merk niet gebruikt.

Vraag hoe lang dit tekort kan gaan duren. Overleg met je apotheker of je over moet stappen naar een ander merk medicijn en/of bespreek andere mogelijke oplossingen.

Hiernaast kun je ook zelf kijken hoe het staat met het medicijntekort op: farmanco.knmp.nl.

Meld het medicijntekort ook op het Meldpunt Reumamedicijnen van ReumaNederland.

Soms komt het voor dat je van biologisch medicijn moet wisselen. Dat heeft meestal 3 redenen:

  1. Je huidige medicijn werkt voor jou niet goed
  2. Je krijgt teveel bijwerkingen van je huidige medicijn
  3. Je reumatoloog stelt voor over te gaan op een biosimilar. Dat is een medicijn die dezelfde werkzame stof heeft als het originele biologische medicijn en een stuk goedkoper is.

Als je moet wisselen is het belangrijk dat je je goed laat informeren en samen met je reumatoloog beslist. Onderstaande 7 vragen helpen je het gesprek met je arts aan te gaan.

Zeven vragen die je kunt stellen bij overstappen

  • Wat zijn in mijn behandeling de voor- en nadelen van overstappen naar een ander biologisch medicijn met dezelfde werkzame stof?
  • Is het een goed moment in mijn behandeling om over te stappen (ook gezien mijn persoonlijke omstandigheden)?
  • Wat zijn de mogelijkheden en alternatieven?
  • Wat zijn mogelijke risico’s bij overstappen?
  • Waar kan ik goede onafhankelijke informatie krijgen over mijn nieuwe medicijn?
  • Hoe word ik begeleid en gemonitord?
  • Welke stappen gaan we nemen, mocht het nieuwe medicijn niet aanslaan? Kan ik ook terug naar mijn oude medicijn?

Lees meer over biologische medicijnen

Lees het standpunt van ReumaNederland over wisselen van biologische medicijnen

Terug naar veelgestelde vragen