Het kniegewricht

Het kniegewricht is een scharniergewricht. Het bestaat uit 4 botdelen: het bovenbeen, het onder scheenbeen, het kuitbeen en de knieschijf. De uiteinden zijn bedekt met een laag kraakbeen, zodat de knie soepel kan bewegen. Dit kraakbeen is elastisch en vangt schokken en stoten tijdens het bewegen van de knie op.

Kniegewricht

Wanneer het kraakbeen van de knie slecht van kwaliteit is, bijvoorbeeld door artrose, geeft dat vaak pijnklachten bij allerlei dagelijkse dingen zoals lopen, traplopen of fietsen. Maar ook geeft dit vaak nachtelijke pijn. Mogelijke knieoperaties zijn:

Wanneer kom je in aanmerking voor een standscorrectie van je knie?

  • Je bent jonger dan 60 jaar en je hebt dagelijks veel pijnklachten aan de binnen- of buitenkant van je knie
  • Je hebt op de plaats van de pijn (kraakbeen)schade aan je knie
  • Je hebt een O-been of een X-been

De standscorrectie van je knie levert meestal goede resultaten op waardoor je geen knieprothese nodig hebt.

X- en O-benen

De operatie

Heb je een O-been en artrose aan de binnenkant van uw knie? Dan maakt de orthopedisch chirurg van je O-been een X-been. Heb je een X-been en artrose aan de buitenzijde van uw knie? Dan maakt de chirurg van je X-been een recht been. De belasting van je knie wordt daarmee verplaatst van de kant met artrose naar de gezonde kant van je knie waardoor je pijnklachten afnemen.

De chirurg maakt een snee aan de voorkant of zijkant van je scheenbeen, net onder je knie. Vervolgens zaagt hij je onderbeen net onder je knie door. Hij verwijdert een wig of opent een wig van bot. Dit heet een osteotomie. Het doorgezaagde bot zet hij daarna weer vast met metalen krammen of met een plaat en schroeven.

Tijdens de operatie en soms ook daarna krijg je antibiotica om het risico op infectie te verkleinen. De operatie duurt 1 tot 1,5 uur.

Kniecorrectie

Specifieke complicaties bij standscorrectie knie

Bij een standscorrectie van de knie kunnen de volgende specifieke complicaties bij je knie optreden

  • Niet goed vastgroeien: Het is mogelijk dat het doorgezaagde bot te langzaam of niet vastgroeit. Een nieuwe operatie kan dan nodig zijn.
  • Beschadigde zenuw: Een zenuw die langs je knie loopt kan tijdens de operatie beschadigd raken. Soms is dit tijdelijk, soms blijvend. Het veroorzaakt een klapvoet. Je kunt je voorvoet dan niet goed optillen.
  • Onvoldoende standscorrectie: De stand van de benen is onvoldoende gecorrigeerd waardoor de pijnklachten blijven bestaan.
  • Overcorrectie
  • Trombose
  • Infectie

Verder gelden dezelfde risico’s als bij andere operaties.

Herstel

In het begin mag je je been niet of maar gedeeltelijk belasten. De fysiotherapeut leert je met krukken lopen en hoe jij je knie weer langzaamaan meer kunt gaan belasten.

Weer thuis

Het herstel van de bot delen duurt ongeveer 6 weken. Daarna duurt het nog maanden voordat je volledig gerevalideerd bent.

Zodra je weer een beetje mobiel bent, kun je je sportieve activiteiten weer oppakken. Overleg hierover met je arts of fysiotherapeut.

Langere termijn

Van de mensen die een standscorrectie van de knie hebben ondergaan heeft bijna 70% baat bij de ingreep. De pijn vermindert of verdwijnt niet altijd. De orthopedisch chirurg doet bij deze operatie niets tegen de artrose zelf: de standsverandering moet de artrose afremmen. De bedoeling van deze operatie is dat je een kunstknie dit nog een aantal jaren kunt uitstellen.

Soorten protheses

  • totale knieprothese
  • gedeeltelijke knieprothese
  • prothese van de knieschijf

Een knieprothese bestaat in principe uit 3 delen: 2 van metaal en 1 van hard plastic. De chirurg zet de metalen delen vast in je boven- en onderbeen. Het deel van plastic komt ertussenin. Dit zorgt ervoor dat je onderbeen soepel scharniert ten opzichte van je bovenbeen. Als slechts een deel van je knie beschadigd is, kom je mogelijk in aanmerking voor een gedeeltelijke knieprothese.

Is het kraakbeen van knieschijf (patella) ook beschadigd? Dan kan je arts deze vervangen door een onderdeel van hard plastic, de patellaprothese. maar meestal is het plaatsen van deze patellaprothese niet nodig.

Totale knieprothese

De operatie

De orthopedisch chirurg maakt een verticale snee van ongeveer 20 cm aan de voorkant van je knie. Tijdens de operatie verwijdert hij de beschadigde gewrichtsvlakken van je boven- en onderbeen en eventueel van je knieschijf. Daarna past hij de vorm van je bot aan, zodat hij de prothese goed kan vastzetten.

Vervolgens vervangt de chirurg de aangedane delen van je boven- en onderbeen door delen van metaal. Daartussen komt een hard plastic gedeelte. De chirurg kan beide onderdelen van de knieprothese met cement vastzetten of hij kiest voor een totale knieprothese zonder cement. In het laatste geval brengt hij de prothese klemvast aan. De bedoeling is dan dat de prothese op je bot vastgroeit.

De operatie duurt ongeveer 1 – 1,5 uur.

Specifieke complicaties van een knieprothese zijn

  • Infectie van prothese: Infectie van je prothese is een ernstige situatie. De prothese kan hierdoor losraken. Je krijgt in zo’n geval langdurig antibiotica. De kans bestaat dat de prothese weer verwijderd moet worden. Je krijgt pas weer een nieuwe prothese als de infectie volledig verdwenen is.
    Krijg je na een infectie een nieuwe prothese? Dan blijf je opnieuw kans houden op een nieuwe infectie. In het uiterste geval krijg je helemaal geen prothese meer. De chirurg zet je knie dan vast. Dit heet een artrodese. Je kunt dan op je been steunen, maar je knie buigen lukt niet meer.
  • Knieschijf beweegt niet goed mee: Soms glijdt je knieschijf niet goed over de prothese. Buigen is lastig en pijnlijk. Het kan dan nodig zijn dat je een knieschijfprothese krijgt.
  • Littekenvorming: Het litteken bestaat uit bindweefsel. Dit stugge weefsel beperkt soms het buigen van je knie. Om de beweeglijkheid te verbeteren buigt de orthopedisch chirurg je knie dan onder verdoving verder door.

Verder gelden dezelfde risico’s als bij andere operaties.

Herstel

Op de dag van de operatie begin je onder begeleiding van een fysiotherapeut met de revalidatie. In principe mag je je knie direct volledig belasten. Je krijgt aanwijzingen hoe je het beste kunt zitten, (op)staan en lopen. Uiteraard krijg je na de operatie goede pijnstilling en medicijnen om trombose te voorkomen.

Je mag naar huis als:

  • de wond goed geneest
  • de pijnstilling effect heeft
  • je zelfstandig naar het toilet kunt (met krukken of een looprekje)
  • de bewegelijkheid van de knie acceptabel is

Weer thuis

Meestal ga je na 1-3 dagen naar huis. Afhankelijk van je persoonlijke situatie vindt revalidatie thuis plaats of in een verzorgingshuis, verpleeghuis of revalidatie-instelling. Hoe de nazorg is geregeld, verschilt per ziekenhuis. Informeer bij je behandelaar hoe het in jouw situatie geregeld is.

De medische informatie op deze site wordt samengesteld en actueel gehouden door ReumaNederland, de Nederlandse Vereniging voor Reumatologie (NVR), de Nederlandse Orthopaedische Vereniging (NOV) en de Nederlandse Health Professionals Reumatologie (NHPR).