Soms tast reuma je gewrichten aan en is een operatie door een orthopedisch chirurg of een plastisch chirurg nodig. Tijdens de operatie wordt het aangetaste gewricht bijvoorbeeld schoongemaakt, vastgezet of vervangen door een kunstgewricht (prothese). Bij veel  gewrichten zijn operaties mogelijk. Denk aan je heup, knie, schouder, elleboog, pols, hand, enkel of voet.

Wanneer opereren?

Je arts zal bij het advies om te opereren letten op het volgende:

  • hoeveel pijn je hebt
  • hoe je je gewricht kunt bewegen
  • de aantasting van het kraakbeen en de kwaliteit van het bot, spieren en pezen rondom het gewricht
  • je lichamelijke conditie
  • andere lichamelijke aandoeningen
  • een actieve ontsteking in het gewricht waar het om gaat, of ergens anders in je lichaam
  • je leeftijd

Stel je vragen

Als je arts een operatie adviseert, praat dan uitgebreid over de mogelijkheden, risico’s en beperkingen van operaties.

Lees hier welke vragen je aan je arts kan stellen

Bij het overleggen over de verschillende mogelijkheden kun je ook gebruik maken van handige consultkaarten die de Nederlandse Patiëntenfederatie samen met de NOV (Nederlandse Orthopaedische Vereniging) heeft gemaakt:

Soorten operaties

Bij reuma komen de volgende operaties regelmatig voor:

Als het kraakbeen van je gewicht nog redelijk van kwaliteit is, is schoonmaken van je gewricht een mogelijkheid. De orthopedisch chirurg verwijdert dan loszittende stukjes bot en kraakbeen. Deze ingreep wordt tegenwoordig niet vaak meer gedaan, omdat het meestal weinig bleek op te leveren. Alleen bij mechanische klachten of aanhoudende ontsteking is dit een mogelijkheid.

Een ‘arthroscopie’ is een kijkoperatie, waarbij je chirurg in je gewricht stukjes kraakbeen verwijdert of wegknipt. Zo wordt het gewricht ‘schoongemaakt’. Vaak kan er ook iets hersteld worden, zoals het hechten van een scheurtje in het kraakbeen van bijvoorbeeld de meniscus in een knie.

Een arthroscopie is niet altijd nodig. Heb je bijvoorbeeld beginnende knie-artrose als 50+er, waarbij je je knie goed kan buigen en strekken? De orthopeed zal meestal voorstellen om af te wachten hoe het met je knie gaat met bijvoorbeeld beweegtips of fysiotherapie.
Lees informatie over wat de orthopedisch chirurg voor je kan betekenen in de folder van de NOV (Nederlandse Orthopaedische Vereniging).

 

Als een gewricht erg veel pijn doet en het kraakbeen van slechte kwaliteit is, is het vastzetten van je gewricht een mogelijkheid. De orthopedisch- of plastisch chirurg zet dan de twee botdelen voorgoed aan elkaar. Een voordeel is dat je gewricht geen pijn meer doet. Een nadeel is wel dat je daarna het gewricht niet meer kan buigen. Ook zit je lang met gips om je gewricht en duurt de revalidatie lang.

Soms groeit het bot niet aan elkaar, dan blijf je pijn houden.

Meestal gebeurt het vastzetten van een gewricht bij je pols, enkel, vinger of (grote) teen.

Lees meer over enkelartrodese

Lees meer over voorvoetartrodese

Bij knieklachten en klachten aan je grote teen kan een standscorrectie een optie zijn. Dit wordt niet vaak gedaan omdat door de reuma meestal het hele gewricht is aangetast.

Bij O- of X-benen staat je onderbeen te scheef ten opzichte van je bovenbeen. Door een standscorrectie van de knie kun je bijvoorbeeld een knieprothese uitstellen.

Lees meer over een standscorrectie van de knie

Je grote teen kan scheef komen te staan door bijvoorbeeld artrose, vormen van ontstekingsreuma, maar ook door te krappe schoenen. Een scheefstand van de teen heet hallux valgus. Door de scheefstand is lopen pijnlijk.

Lees meer over een standscorrectie van de grote teen

Als je kraakbeen bijna weg is, je veel pijnklachten hebt en je je gewricht niet meer goed kunt gebruiken, kom je wellicht in aanmerking voor een kunstgewricht (prothese).

De belangrijkste reden voor het plaatsen van een prothese is het verminderen van de pijnklachten. Hierdoor kun je weer beter functioneren.

Een kunstgewricht is mogelijk voor verschillende gewrichten. Ook in polsen en vingers zijn protheses mogelijk.

Hieronder vind je meer informatie over de bekendste gewrichtsprotheses:

Lees meer over schouderprotheses

Lees meer over de elleboogprothese

Lees meer over de heupprothese

Lees meer over knieprotheses

Lees meer over de enkelprothese

Risico’s bij een operatie

Bij elke operatie is er een kans op een complicatie (risico). Veel voorkomende risico’s bij operaties zijn:

De kans hierop is klein.  Maar als je er last van krijgt, merk je dat na enkele dagen. De wond is dan rood en pijnlijk en je temperatuur is verhoogd. Soms is dan opnieuw een operatie nodig om pus te verwijderen. Dit voorkomt een aanhoudende infectie van je gewricht en het risico dat bijvoorbeeld een prothese verwijderd moet worden.

Infectie snel behandelen
Merk je dat de wond roder en pijnlijker wordt? Neem dan direct contact op met je specialist. Lukt dit niet, bel dan de spoedarts van het ziekenhuis.

De kans dat de wond nabloedt, is de eerste 24 uur het grootst. Voor de eerste dagen heb je een drukverband gekregen. Meestal is een tweede operatie niet noodzakelijk. Wel kun je bij een forse nabloeding een bloedtransfusie krijgen om het bloedtekort aan te vullen.

Het komt soms voor dat de wond niet goed of langzaam geneest.

Alle operaties die lang duren verhogen de kans op trombose. Om dit te voorkomen krijg je vanaf de dag van de operatie bloedverdunnende medicijnen in de vorm van tabletten of injecties. Meestal mag je daarmee stoppen als je weer voldoende actief bent.

Wil je meer informatie over specifieke complicaties bij een bepaald gewricht? Lees dan de informatie over die operatie.

Tijdens en na de operatie

Lees hieronder wat je kan verwachten als je wordt geopereerd en daarna:

Afhankelijk van de soort operatie die je krijgt blijf je 1 of meerdere dagen in het ziekenhuis. Als je meerdere dagen in het ziekenhuis blijft, krijg je meestal ook begeleiding en advies van een oefentherapeut of fysiotherapeut. Zij vertellen hoe je je gewricht na de operatie het beste kunt gebruiken. Ook krijg je tips wat je het beste kunt doen als je weer thuis bent.

Daarnaast kan je in het ziekenhuis ook te maken krijgen met een ergotherapeut en natuurlijk een verpleegkundige.

Bespreek tijdens je opname met je arts of een andere zorgverlener in het ziekenhuis:

  • of je nazorg in een revalidatiecentrum nodig hebt
  • of het inschakelen van thuiszorg bij thuiskomst nodig is
  • hoe jij je dagelijkse bezigheden weer op kan pakken
  • op welke manier en wanneer je je werk weer kan gaan doen.

Direct na de operatie mag je meestal je gebruikelijke medicijnen weer innemen. Doe dit in overleg met je arts. Zo nodig past hij ook de pijnstilling aan. Tijdens je verblijf in het ziekenhuis en soms ook nog thuis, krijg je tabletten of injecties om trombose te voorkomen. Hoelang je die moet gebruiken, hangt af van de soort operatie.

Bij ontslag uit het ziekenhuis maak je gelijk een afspraak om terug te komen op de polikliniek. Ook krijg je mee:

  • een recept voor eventuele medicijnen
  • instructies wat je wel en niet met je geopereerde gewricht mag doen
  • op welke signalen je moet letten als er zich complicaties voordoen

En soms ook:

  • een afspraak met de trombosedienst
  • een recept voor verbandmiddelen
  • een overdracht voor de thuiszorg of het verpleeghuis
  • een verwijzing en overdracht voor oefen- of fysiotherapie

Overleg met je arts wanneer je weer veilig aan het verkeer kan deelnemen, zoals autorijden, het besturen van een scootmobiel of fietsen.

 

Je kunt weer aan het werk in overleg met je bedrijfsarts. Bij twijfel: vraag aan je bedrijfsarts of hij contact opneemt met je orthopedisch chirurg. Sommige activiteiten mag je misschien nog niet doen.

De medische informatie op deze site wordt samengesteld en actueel gehouden door ReumaNederland, de Nederlandse Vereniging voor Reumatologie (NVR), de Nederlandse Orthopaedische Vereniging (NOV) en de Nederlandse Health Professionals Reumatologie (NHPR).