Het syndroom van Sjögren is een ernstige reumatische aandoening waarbij onder andere de speekselklieren ontstoken raken. Het gevolg: mensen met Sjögren krijgen last van een heel droge mond en hebben moeite met slikken. In het UMC Groningen (UMCG) zet een onderzoeksteam onder leiding van professor Frans Kroese een revolutionaire technologie in. Uit stamcellen van patiënten worden speekselkliertjes gekweekt. Die worden onderzocht om te kijken wat er misgaat.

‘Het onderzoek naar het ontstaan van het syndroom van Sjögren staat eigenlijk nog in de kinderschoenen’, vertelt prof. dr. Frans Kroese. ‘En dat terwijl het een heel nare aandoening is die verschillende klachten geeft. Naast een droge mond en problemen met slikken hebben patiënten ook vaak droge ogen en gewrichtsklachten. Ook zijn mensen met sjögren vaak ernstig vermoeid.’

Ontstoken speeksel- en traanklieren

Net als bij andere auto-immuunziekten is er bij het syndroom van Sjögren sprake van ontstekingen. ‘We denken dat de droge mond en slikklachten die mensen met sjögren hebben, komen door ontstoken speekselklieren’, legt professor Kroese uit. ‘De droge ogen komen mogelijk door ontstoken traanklieren. Hoe de ontstekingen leiden tot minder speeksel- en traanproductie weten we eigenlijk nog niet zo goed. Er zijn aanwijzingen dat er een probleem zit in cellen die de afvoerbuisjes bekleden. Vooral aan de uitgang, waardoor er – los van andere oorzaken – geen speeksel of traanvocht naar buiten komt.’

Speekselkliertjes kweken

Een belangrijke vraag is of de klieren ontstoken raken door een aanval van het eigen immuunsysteem of dat de ziekte juist in de klieren zelf begint. Om dat te onderzoeken, maken Frans Kroese en het onderzoeksteam gebruik van een techniek waarmee het UMC Groningen voorop loopt. ‘Wij hebben de kennis in huis om stamcellen uit de speekselklieren op te kweken tot minispeekselkliertjes. Die kunnen we vervolgens onderzoeken. Dr. Sarah Pringle heeft deze technologie samen met professor Rob Coppes van de afdeling Celbiologie van ons ziekenhuis ontwikkeld.’

Op zoek naar de verschillen

De stamcellen die worden opgekweekt, komen van mensen met het syndroom van Sjögren en van mensen met gezonde speekselklieren. ‘Het UMCG is een landelijk Sjögren-expertisecentrum. Voor de diagnose wordt er altijd wat klierweefsel afgenomen. Het komt voor dat mensen toch geen sjögren blijken hebben. Ook dat klierweefsel is van grote waarde voor het onderzoek. Het is heel belangrijk dat we kliertjes van patiënten met die van niet-patiënten met elkaar kunnen vergelijken.’

Onderhoud van de speekselkliercellen niet in orde

‘We gaan in een aantal stappen onderzoeken wat er misgaat in de speekselklieren’, vervolgt Kroese. ‘Allereerst kijken we naar de stamcellen zelf. Al onze organen worden constant vernieuwd met behulp van stamcellen. De vraag is of er bij mensen met sjögren misschien te weinig stamcellen zijn, waardoor de speekselklieren niet voldoende vernieuwd worden. Ook zullen we kijken of stamcellen wel goed uitgroeien tot nieuwe speekselkliercellen. Ook dan worden de speekselklieren niet goed onderhouden, waardoor ze niet goed werken.’

Verder kijken naar genen

Professor Kroese en zijn team kijken ook naar wat er in de genen gebeurt. ‘Wij gaan onderzoeken of bepaalde genen van de speekselkliercellen bij mensen met het syndroom van Sjögren teveel of te weinig actief zijn of misschien anders werken. Daarnaast zullen we bekijken hoe de speekselkliercellen reageren op de ontstekingsstoffen die bij het syndroom van Sjögren actief zijn.’

Nog niet meteen een behandeling

Het onderzoek van professor Kroese wordt financieel gesteund door het Reumafonds. Een behandeling is nog niet meteen te verwachten. ‘Het onderzoek zal bijdragen aan onze kennis over het ontstaan en beloop van de ziekte. De stamcellen kunnen in de verre toekomst misschien gebruikt worden voor bijvoorbeeld transplantatie om herstel van de aangedane speekselklieren mogelijk te maken. Maar daar is het nu nog te vroeg voor. We moeten eerst weten wat er precies gebeurt in de speekselklieren van mensen met het syndroom van Sjögren.’