Bij vrouwen met axiale spondyloartritis (Ax-SpA, waaronder de ziekte van Bechterew) werkt de behandeling met TNF-alfaremmers minder goed dan bij mannen. Waardoor komt dat? Professor Irene van der Horst-Bruinsma, reumatoloog in het Amsterdam UMC, wil hier in nieuw onderzoek het antwoord op vinden.

Foto: Amsterdam UMCProf. dr. Irene van der Horst-Bruinsma loopt voorop in het onderzoek naar man-vrouwverschillen bij axiale spondyloartritis. Belangrijk en bruikbaar onderzoek: ‘‘Ax-SpA beter behandelen begint bij meer weten over de lichamelijke verschillen tussen vrouwen en mannen. De kennis die we nu opdoen, heeft direct invloed op de diagnose en betere behandeling van Ax-SpA bij vrouwen én bij mannen.’

Eerder ontdekken en behandelen
‘Zo werd er vroeger bij vrouwen met klachten die kunnen wijzen op Ax-Spa veel minder snel aan Ax-SpA gedacht. Dat kwam doordat we dachten dat Ax-SpA tien keer vaker bij mannen voorkwam dan bij vrouwen. Dat blijkt nu drie keer vaker te zijn, een veel kleiner verschil.’

‘Zo hebben we ook ontdekt dat bij mannen met Ax-SpA botontkalking veel vaker voorkomt, waardoor ruggenwervels kunnen breken. Nu we dit weten, kunnen we botontkalking opsporen en deze mannen daarvoor behandelen.’

TNF-alfaremmers werken minder goed bij vrouwen
Een andere ontdekking uit man-vrouwonderzoek is dat bepaalde biologische medicijnen, de TNF-alfaremmers, bij vrouwen met Ax-SpA minder goed werken dan bij mannen. ‘We zagen in de praktijk dat bij vrouwen met Ax-SpA de ontstekingen minder goed werden geremd, maar we zagen dit niet terug in grote onderzoeken naar de werking van TNF-alfaremmers.’

‘Hoe kon dat? Toen we er goed naar gingen kijken, bleek dat er in de onderzoeken naar TNF-alfaremmers veel meer mannen dan vrouwen werden meegenomen. Dat vrouwen minder baat hadden bij de medicatie kwam dus helemaal niet naar boven. Alleen toen we gegevens van vrouwen uit verschillende onderzoeken gingen optellen, kwamen we erachter dat dit zo was.’

Komt het door verschillen in lichaamsbouw?
Het is nog niet duidelijk hoe het komt dat vrouwen minder goed reageren deze biologische medicijnen. ‘Het zou kunnen komen, doordat vrouwen een andere lichaamsbouw hebben dan mannen’, legt professor Van der Horst uit. ‘Vrouwen hebben van nature gemiddeld genomen een hoger vetpercentage dan mannen en we weten door onderzoek dat er in ons lichaamsvet TNF-alfa wordt aangemaakt. Medicijnen die de ontstekingsstof TNF-alfa moeten afremmen, kunnen daardoor minder goed werken. Of dit echt zo is, willen we nu gaan uitzoeken.’

Heel veel gegevens verzamelen
In haar nieuwe onderzoek, gefinancierd door ReumaNederland, gaat Irene van der Horst-Bruinsma kijken naar de lichaamsbouw van mannen en vrouwen met axiale spondyloartritis. ‘We gaan heel veel gegevens over de lichamelijke verschillen tussen mannen en vrouwen met Ax-SpA verzamelen. Dat doen we onder andere met een speciale botdichtheidsmeting, die ook het vetpercentage meet, en met onderzoek van het bloed en de hoeveelheid ontstekingen. We volgen de patiënten, evenveel mannen als vrouwen, terwijl ze behandeld worden met TNF-alfaremmers. De verschillen in de behandeling – dus hoe goed of slecht de TNF-alfaremmers aanslaan – koppelen we vervolgens aan de lichamelijke verschillen die we vinden.’

Het doel: beter behandelen van axiale spondyloartritis
Het onderzoek van professor Van der Horst moet reumatologen straks nieuwe handvatten geven om vrouwen en mannen met Ax-SpA beter te behandelen. ‘Zodra we weten welke lichamelijke verschillen zorgen voor een betere of minder goede behandeling met TNF-alfaremmers, biedt het mogelijkheden om de behandeling aan te passen. Misschien moet er een andere dosering gekozen worden of moet er een ander medicijn gegeven worden. We willen ook graag weten waar je op moet letten als je de TNF-alfaremmers wilt gaan afbouwen. Ook dat is een onderdeel van dit onderzoek waarvoor we nog deelnemers zoeken.’

Prof. dr. Irene van der Horst-Bruinsma zoekt deelnemers voor onderzoek naar man-vrouwverschillen in de behandeling van radiografische axiale spondyloartrits (de ziekte van Bechterew). Er wordt onder andere gekeken naar de behandeling met TNF-alfaremmers en het afbouwen daarvan.

Heb je:
• radiografische axiale spondyloartritis (de ziekte van Bechterew)
• gebruik je TNF-alfaremmers
• is de ziekte minimaal al 6 maanden rustig (onder gebruik van TNF-alfaremmers)

Geef je dan op bij het secretariaat Reumatologie van het Amsterdam UMC (locatie VUmc) in Amsterdam. Stuur een e-mail naar secr.reumatologie@vumc.nl ovv “TAPAS studie”. Er worden zowel mannen als vrouwen gezocht.

Reacties

  • van den broeck leo says:

    Ik heb heel mijn leven intensief aan sport gedaan . In 2007 is er poly myalgia vastgesteld . Na 2jaar cortisonen zag men dat de poly myalgia geëvalueerd was naar reuma en ook spondil atropatie . In 2011 ben ik begonnen met enbrel en kon ik terug fietsen . Ik heb terug ieder jaar mijn jaarlijkse fietsweek kunnen doen naar de Alpen . In juni 2016 kreeg ik last van rechter heup . Vanaf toen ging het steeds op en af en kon ik beperkt sporten . In dec 2017 ben ik begonnen met Cimzia. Nadien ook arcoxia 90 mg bijgenomen ,NMR gaf een ontsteking van het SIG. Soms dacht ik dat alles terug goed was en deed ik iets te veel en was het terug slechter . Het gebeurde dat ik met krukken moest gaan . De laatste maanden gaat het terug beter . Ik beweeg heel veel : ,s’ morgens 15 min rekoefeningen ,150 km met de gewone fiets , 100 km met koersfiets,15 km wandelen per week . Echt sporten met koersfiets durf ik niet omdat ik schrik heb mij te forceren .

  • Ab van de Ven says:

    Ge achte mevrouw van der Horst,

    Ik ben een man, geboren 28-6-1945. Ik kreeg het syndroom van Reiter in 1988 na een darminfectie opgelopen in Algiers.
    In januari 2001 (of 2) heeft dr Baeten in Gent ( tegenwoordig hoogleraar in Amsterdam) bij mij Bechterew gediagnosticeerd. Ik had toen een zoals ze in Belgie zeggen “ernstige opstoot”. ( iritis, ontstoken knieën en enkels, ik kon de straat nauwelijks uit) In december van dat jaar werd ik één van de proefpersonen in het laatste dubbelblind onderzoek voor Remicade. Sindsdien reis ik elke 6 weken naar Gent voor een dosis Remicade en is de ziekte rustig. Ik heb sinds die tijd aan alle onderzoeken, waarvoor ik werd gevraagd, meegedaan, waaronder een onderzoek naar het effect van langdurig Remicade gebruik.
    Ik ben graag bereid aan uw onderzoek mee te doen, met dien verstande dat ik vooralsnog niets zie in het afbouwen van de Remicade.

    Vr gr Ab van de Ven

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *