BMP7 p[63-82] heet-ie. Een naam die klinkt als een nieuwe, snelle auto. Maar het is een peptide. Een eiwit dat de gezondheid van kraakbeencellen overeind houdt. Het BMP7-peptide voorkomt als het ware dat die cellen veranderen in vergrote, zieke cellen. Een proces (hypertrofie genaamd) dat zich voordoet bij artrose.

 

Prof. dr. Tim Welting, zijn collega-onderzoeker dr. Marjolein Caron en hun team aan het Maastricht UMC+ werken er al vele jaren hard aan om deze ontdekking om te zetten naar een behandeling. Waar staan we nu? En wat moeten we nog doen? Een update.

√ Stukjes kraakbeenweefsel in het lab

Dr. Marjolein Caron

In het laboratorium hebben we gezien dat toediening van het peptide BMP7-[63-82) écht zorgde voor verbetering van ziek kraakbeenweefsel. Dan wil je het peptide natuurlijk verder testen. Wat doet het bij mensen?

√ Van lab naar medicijn

Om het peptide te kunnen testen bij dieren en mensen moet er natuurlijk wel eerst een veilig en effectief medicijn van worden gemaakt. De ontwikkeling daarvan is een lange weg.

√ De optimale ‘verpakking’

De toedieningsvorm en verpakking van het eiwitje luisteren nauw. Want je wilt dat het goed in het gewricht komt en daar dan ook optimaal zijn werk kan doen. Hier zitten veel onderzoekuren in.

⇒ Testen en nog eens testen …

De geschikte toedieningsmethode wordt op dit moment in onderzoekmodellen getest. Komt het peptide op de juiste plek en op de juiste wijze vrij? Werkt het vervolgens dan ook? Superspannend!

⇒ Doseringsstudies

Wanneer de juiste toedieningsvorm en -methode is gevonden, kunnen de onderzoekers kijken naar de dosering. Hoeveel peptide is eigenlijk nodig om kraakbeen te behandelen? Ook dat moet goed worden onderzocht in zogeheten doseringsstudies.

⇒ Klinische tests

Zijn al deze tests gedaan, dan is de volgende stap een klinische studie. Een onderzoek bij échte patiënten dus. Maar dan wel bij de juiste mensen; mensen die echt baat kunnen hebben bij de behandeling. Want geen enkele artrosepatiënt is hetzelfde. En er zijn ook verschillende vormen van de ziekte. Bij welke mensen zou de therapie goed kunnen aanslaan? En bij wie niet?

Dus ondertussen …

Kunnen we erachter komen welk gewricht ontvankelijk is voor therapie? Zijn daarvoor aanwijzingen (zogeheten biomarkers) te vinden in de gewrichtsvloeistof van de patiënt? De onderzoekers doen hier nu eveneens onderzoek naar met behulp van materiaal van honderden patiënten. Heel belangrijk! Want zo kun je uiteindelijk veel gerichter onderzoek gaan doen naar de werking van een behandeling.

Bekijk hieronder het filmpje dat we eerder maakten met de Maastrichtse onderzoekers: ⇓

BMP-7: Hoopgevend stofje tegen artrose

Lees ook:

Lees ook dit nieuwste interview met professor Tim Welting: Dit gebeurt er in een gewricht met artrose. Over foute ribosomen en ziekmakende eiwitten. Over nieuwe onderzoeken en behandelperspectieven.