‘Hoe gaat het met u? Uw bloedonderzoek en röntgenfoto’s zien er goed uit.’ Terwijl je éigenlijk tegen de reumatoloog wilt zeggen dat het helemaal niet goed gaat. Je bent moe, kan niet meer werken en bent al dagen chagrijnig. Herkenbaar? Hoe zorg je er nou voor dat je op één lijn komt te zitten met je arts? En dat alles bespreekbaar is in de spreekkamer? Die vraag hoopt Wouter Bos, reumatoloog bij Reade in Amsterdam, te beantwoorden. ‘We moeten door dezelfde bril gaan kijken.’

Waar ligt de focus?

Hoe een arts naar reumatoïde artritis (RA) kijkt, is in de loop van de jaren veranderd, legt Wouter Bos uit. ‘De angst voor de toekomst was vroeger altijd groter dan de angst voor vandaag. Is er schade te zien aan de gewrichten en zien de röntgenfoto’s er goed uit of niet? Maar patiënten vinden vandaag veel belangrijker dan de toekomst. Ik kan nú niet werken, ik ben nú moe en heb nú pijn. Inmiddels is de ziekteactiviteit ook belangrijker geworden voor de arts, daar zie je al een flinke verandering. Als arts onderzoek je de patiënt, je vraagt iets, je voelt iets, je consult is minder gericht op mogelijke schade door reuma in de toekomst. Maar bij de patiënt blijft nog steeds de focus liggen op hoe het op dat moment gaat. Denk aan: ik heb last van bijwerkingen, ik ben de hele tijd zo moe. De patiënt en de dokter kijken nog teveel door een andere bril. De uitdaging is om door dezelfde bril te gaan kijken.’

Slim voorbereiden op het spreekuur

Om dat te bereiken en de verschillen in de spreekkamer te verkleinen werken Bos en zijn collega’s in Reade sinds een aantal jaren met informatie die de patiënt vooraf aanlevert. Een week voordat een patiënt een afspraak heeft in het ziekenhuis, krijgt hij of zij digitaal een vragenlijst. Door die lijst in te vullen, denk je na over hoe het met je gaat. Wouter Bos: ‘Net zoals ik mijn spreekuur voorbereid, is het ook goed als mijn patiënt dit doet. Even tien minuten zelfreflectie door het invullen van de vragenlijst. Wat je daar invult gebruiken we  voor het gesprek in de spreekkamer.’

Meer halen uit het gesprek

Voor Bos is het een verademing om op deze manier te werken. ‘Ik weet veel meer over mijn patiënt. Ik krijg een beeld van hoe hij of zij zijn de eigen gezondheid ziet. Ik leg mijn bevindingen en die van mijn patiënt naast elkaar en je ziet meteen waar er overlap zit en waar niet.’ Niet iedereen vult de lijsten in en dat vindt reumatoloog Bos zonde. ‘Ik zeg dan altijd tegen deze mensen: ‘Hoe meer informatie ik over u heb, hoe beter ik voor u kan zorgen’. Dat is ook echt zo, het gesprek in de spreekkamer wordt ls ik meer weet.’

Dagboekje bijhouden

Nog niet alle ziekenhuizen werken op deze manier. Er zijn een paar voorlopers, zoals het Medisch Spectrum Twente en het Maasstad Ziekenhuis, en dus de reumatologen van Reade. Bos zou collega’s zeker aanraden om met een patiëntenvragenlijst te gaan werken en ook ReumaNederland steunt deze aanpak.

‘Maar ook als je arts niet met vragenlijsten werkt, zijn er manieren om te zorgen dat je gehoord wordt in de spreekkamer’, legt Wouter Bos uit. ‘Hou een dagboekje bij waarin je elke week opschrijft hoe het gaat met de zaken die jij belangrijk vindt. Dus niet alleen de pijn, maar ook je energie, je vermoeidheid, je sociale leven. Geef cijfers tussen de 0 en 10 en hou dit een lange periode bij. Neem dit boekje mee naar je afspraak. Je kunt het ook digitaal bijhouden via de ReumaMeter. Ik vind dat artsen altijd moeten vragen naar klachten, zoals vermoeidheid. Moeheid komt vaak niet ter sprake als je er niet naar vraagt. Mensen met reuma weten wel dat er nog geen oplossing is voor vermoeidheid. Maar het simpele feit dat ernaar gevraagd wordt, dat er naar je geluisterd wordt en meegedacht,  is vaak al heel fijn voor mensen met reuma.’