Proefdieronderzoek is aan strikte regels en vergunningen gebonden, maar vervangende technieken net zo goed. Dat maakt dat het daadwerkelijk gebruiken van vervangende technieken zo makkelijk nog niet is. Bovendien duurt het soms lang voordat overheden en autoriteiten ervan overtuigd zijn dat een vervangende techniek even goed  is als een proefdier.  Dat kan en moet anders.

Daarom ben ik betrokken bij de Transitie Proefdiervrije Innovaties. Deze transitie wordt de aanjager om sneller en meer alternatieve technieken te ontwikkelen én goedgekeurd te krijgen.

Zoals het nu gaat, wordt er nu gewerkt volgens de drie V’s:

Vervangen:  het gebruik van cellen of weefselkweek, maar ook het gebruik van slachtafval of computersimulaties. Voor onderwijs wordt bijvoorbeeld gebruik gemaakt van modellen van kunststof, maar ook van gedoneerde overleden huisdieren.

Verminderen: Veel onderzoek kan met minder dieren worden gedaan en soms kan hetzelfde dier voor meer onderzoeken gebruikt worden.

Verfijnen: leefomstandigheden van proefdieren zijn verbeterd en veel onderzoek is minder belastend geworden.

We denken dat als we onderzoekers en bedrijven die nu met proefdieren en/of alternatieven werken zelf ideeën laten opperen over hoe deze werkwijze uitgebreid en versneld kan worden, er ook een breed draagvlak zal ontstaan én een nog innovatievere kijk op ‘hoe kunnen we het anders en vooral beter aanpakken?’. Daarbij staat centraal: ‘stel dat vanaf 2025 proefdieren in Europa verboden zouden zijn, hoe kunnen we in Nederland en Europa dan nog steeds baanbrekend onderzoek doen?’.

Want we moeten ook reëel zijn:  proefdieren verbieden in de hele wereld op hetzelfde tijdstip, dat gaat niet gebeuren. Proefdieren alleen in Nederland verbieden, is net zo onrealistisch. Daarmee zet je je als land wetenschappelijk en economisch buiten spel.

Beginnen met Europa zou kunnen, maar liever proberen we proefdieren onnodig te maken zónder een verbod. Een verbod zorgt niet voor enthousiasme en creativiteit om iets beters te ontwikkelen, een verbod zorgt voor hakken in het zand. Een breed uitgedragen bewustwording, juist onder de mensen die nu nog met proefdieren werken, zal naar verwachting veel meer resultaat hebben.

Auteur
Ik ben Ingrid Lether, Manager Onderzoek en Innovatie van ReumaNederland.

Reacties

  • Wat een teleurstellend artikel. Dierproeven zijn niet nodig en bovendien zijn dierproeven helemaal niet betrouwbaar gebleken; dieren reageren heel anders reageren als mensen. Onderzoekers die zelf met proefdieren werken vragen om alternatieven is vragen aan wapenhandelaren om vreedzame alternatieven voor wapens te bedenken.
    Ik heb zelf meerdere pijnlijke en invaliderende aandoeningen w.o. forse artrose en dystrofie. Ik wil niet dat gezonde anderen die ook gevoel en emoties hebben expres ziek worden gemaakt en immens moeten lijden in laboratoria voor vaak overbodige, zinloze en dubbele dierproeven. Ik heb ooit mijn lidmaatschap van een patiëntenvereniging opgezegd toen deze een arts als spreker had uitgenodigd die met droge ogen zei: “Het is jammer dat we dieren geen dystrofie kunnen laten krijgen, want dan konden we dierproeven doen”.

    Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet.

    Gruwelijkheden als dierproeven dienen zo snel mogelijk te worden verboden. Nederland kan daarin een voortrekkersrol spelen.

  • Het is al jaren bekend dat dieren anders reageren op medicijnen dan mensen die op medicijnen reageren. Dieren lijden onnodig veel pijn en dierproeven moet onder dierenmishandeling worden gezet (dat is het ook)

  • Kijk eens bij Erasmus MC doktor Marjolein van Driel.

    Zij hebben een techniek uitgevonden voor onderzoeken naar kanker zonder proefdieren! Wie weet?

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *