Wmo wegwijzer voor mensen met reuma

Wat betekent Wmo?

Wmo staat voor Wet maatschappelijke ondersteuning. Doel van de Wmo is je te helpen zo lang mogelijk zelfstandig thuis te kunnen blijven wonen. De Wmo is er ook voor mensen die hulp nodig hebben om mee te kunnen doen in onze maatschappij.

Als je hulp of ondersteuning vanuit de Wmo nodig hebt, moet je bij je gemeente zijn waarin je woont. Meestal heet dat een Wmo-loket of zorg-loket. Kijk op de website van je gemeente hoe dat bij jou heet.

Je kunt een Wmo-aanvraag doen als je:

  1. Nederlander bent
  2. een verblijfsvergunning of verblijfsvergunning op asielgronden hebt en legaal in Nederland verblijft
  3. woont in de gemeente waarin je de aanvraag doet

Hulp die je vanuit de Wmo krijgt, heet een voorziening. Deze voorzieningen zijn onderverdeeld in:

1. Algemene voorzieningen
2. Maatwerkvoorzieningen
3. Vervoersvoorzieningen

Algemene voorzieningen:

Een algemene voorziening is een voorziening die voor iedereen binnen je gemeente geldt als je dat nodig hebt. Voorbeelden van algemene voorzieningen zijn:

• Een boodschappendienst
• Een meldpunt, bijvoorbeeld voor huiselijk geweld
• Personenalarmering
• Activiteiten in een buurthuis

Maatwerkvoorzieningen:

Een maatwerkvoorziening is speciaal voor jou. Deze komt meestal in beeld als een algemene voorziening voor jou onvoldoende helpt. Voorbeelden zijn:

• Huishoudelijke hulp
• Aanpassing in je woning
• Individuele begeleiding
• Dagbesteding

Vervoersvoorzieningen:

• Regiotaxi of rolstoeltaxi
• Een scootmobiel
• Rolstoel
• Auto in bruikleen

Als je bij je gemeente vraagt om hulp of ondersteuning, dan is je gemeente verplicht een gratis cliëntondersteuner voor jou te regelen. Ook familieleden van jou hebben recht op een cliëntondersteuner. Een cliëntondersteuner is onafhankelijk. Dat betekent dat hij niet voor de gemeente werkt.

Een cliëntondersteuner helpt je zorg en ondersteuning te zoeken die bij je past. Hij geeft ook informatie en advies over problemen die je tegenkomt. Bijvoorbeeld bij naar je werk gaan. Een cliëntondersteuner kan je bijvoorbeeld ook helpen als je schulden hebt.

Waar vind je een cliëntondersteuner?

Neem contact op met je gemeente of kijk op de website van de gemeente. Daar vind je meer informatie.

Stap 1

Neem contact op met het Wmo-loket in je gemeente. Soms heet het zorg-loket of sociaal-loket of moet je een aanvraag doen bij het sociale wijkteam. Op de website van de gemeente vind je vaak een formulier om in te vullen. Bellen kan ook.

Vind je het lastig? Neem dan direct contact op met een cliëntondersteuner. Kijk op de website van je gemeente hoe je dat doet.

Als je wilt, kun je ook vast een persoonlijk plan indienen. Een persoonlijk plan is een overzicht van je beperkingen, de problemen waar jij tegenaan loopt en mogelijke oplossingen voor hulp en ondersteuning.

Als je wilt dat de gemeente je persoonlijk plan betrekt bij het keukentafelgesprek, dien het plan dan uiterlijk 7 dagen na je melding bij de Wmo in. Je kunt het persoonlijk plan ook maken als je je voorbereidt op het keukentafelgesprek.

Stap 2

Iemand van de gemeente neemt contact met je op en onderzoekt je persoonlijke situatie. Dat doen ze meestal met een gesprek bij je thuis. Soms ook op het gemeentehuis. Het zogenoemde ‘keukentafel gesprek’. Samen bekijken jullie:

  • hoe je persoonlijke situatie eruit ziet
  • welke beperkingen je hebt
  • waar je ondersteuning voor nodig hebt
  • welke oplossingen er mogelijk zijn.

LET OP! Bereid je goed voor op dit gesprek. Je hebt recht op een gratis cliëntondersteuner. Een cliëntondersteuner helpt je bijvoorbeeld met de voorbereiding van het gesprek en kan ook aanwezig zijn bij het keukentafelgesprek.

Een cliëntondersteuner geeft je daarnaast informatie en advies en helpt mee om te kijken waar jij de voor jou juiste ondersteuning kunt vinden.

Als je liever een broer, zus of goede vriend bij het keukentafelgesprek wilt hebben, kan dat natuurlijk ook.

Het mag ook beide. Een familielid en een cliëntondersteuner. Het voordeel van een gratis cliëntondersteuner is dat diegene vaak de werkwijze van de gemeente goed kent en opkomt voor de belangen van de aanvrager.

LET OP! De Wmo consulent van de gemeente kijkt eerst naar wat je zelf kunt, wat je familie en vrienden kunnen en daarna pas wat de gemeente eventueel kan doen.

Een voorbeeld van een keukentafelgesprek vind je hier: https://youtu.be/YPve7Lp-3sA

Stap 3

De WMO-consulent van de gemeente maakt een verslag van het gesprek. Dat verslag ontvang je binnen 10 werkdagen. In dat verslag staat ook het voorstel van de gemeente. Bijvoorbeeld of je in aanmerking komt voor een algemene voorziening of een maatwerkvoorziening.

Stap 4

Ben je het eens met het voorstel? Dan onderteken je het verslag en stuur je het terug. De gemeente beslist dan binnen 2 weken welke voorziening het wordt, wanneer je de voorziening krijgt en in welke vorm.

LET OP! Koop pas een voorziening als je toestemming van de gemeente hebt. Als je eerder een voorziening aanschaft zonder toestemming, krijg je geen vergoeding.

Ben je het niet eens met het voorstel van de gemeente, dien dan een bezwaar in. Doe dat op tijd! Binnen 6 weken. Vraag hulp aan de cliëntondersteuner als je moeite hebt een goed bezwaar in te dienen.

LET OP! De gemeente kijkt altijd eerst of je ook geholpen bent met een algemene voorziening. Als dat niet zo is, dan pas kijkt de gemeente of je een maatwerkvoorziening kunt krijgen.

Stap 5

Afhankelijk van de ondersteuning die je krijgt, kun je meestal kiezen tussen hulp in natura of een persoonsgebonden budget (PGB). Bij hulp in natura verzorgt de gemeente de hulp. Bij een PGB krijg je een bepaalde hoeveelheid geld waarvoor jij zelf zorg in kunt kopen.

LET OP! Zoek goed uit of een PGB bij jou past. Zo ben je bij voorbeeld ook werkgever en ben je verantwoordelijk voor een goede administratie.

Lees meer informatie over een PGB

Stap 6

Je betaalt voor een Wmo voorziening een eigen bijdrage. Voor 2020 is dat maximaal € 19,- per maand.

Download de checklist voor het aanvragen van een Wmo voorziening

In 2020 betaal je maximaal € 19,- per maand voor een Wmo voorziening die onder het abonnementstarief valt. Dit hangt af of er voor je voorziening sprake is van een duurzame hulpverleningsrelatie én deze voorziening voor de meeste cliënten geldt.

Wanneer is er sprake van een duurzame hulpverlenersrelatie?

Als:

  • je een hulpverlener hebt die arbeid verricht. Bijvoorbeeld iemand die het huis schoonmaakt of je helpt met je administratie;
  • je een vaste begeleider/hulp hebt;
  • de hulpverlener voor een langere periode bij je komt. Tijdelijke hulp als je bijvoorbeeld net uit het ziekenhuis komt, valt niet onder een duurzame hulpverlenersrelatie.

Abonnementstarief

Voldoet jouw hulpverlening aan deze 3 voorwaarden én geldt deze voorziening voor de meeste cliënten, dan betaal je voor deze voorziening het abonnementstarief. In 2020 is dat € 19,- per maand.  Een gemeente mag wel voorzieningen aan het abonnementstarief toevoegen. Ook mag de gemeente de eigen bijdrage verlagen of helemaal geen eigen bijdrage vragen.

Elke gemeente bepaalt zelf bij welke van hun algemene voorzieningen sprake is van een duurzame hulpverleningsrelatie. De gemeente maakt deze afweging per voorziening, niet per cliënt.

Ben je getrouwd en heb je een partner die nog niet met pensioen gaat, dus nog geen 66 jaar en 4 maanden is, dan hoef je in 2020 geen eigen bijdrage voor de Wmo te betalen.

Betaal je al een bijdrage voor de Wet langdurige zorg? Dan hoef je geen eigen bijdrage voor de Wmo te betalen.

Voorbeelden

Maaltijdvoorziening: dit valt niet onder het abonnementstarief. Hier is geen sprake van een langdurige hulpverlenersrelatie. Het is belangrijk dat je eten krijgt thuisbezorgd, het maakt niet uit wie dat komt brengen.

Huishoudelijke hulp, of begeleiding: dit valt wel onder het abonnementstarief. Hier is meestal wel sprake van een langdurige hulpverlenersrelatie. Je moet dan wel een vaste begeleider of hulp hebben.

Uitzondering

Het kan zo zijn dat er wel sprake is van een duurzame hulpverleningsrelatie maar dat die niet voor de meeste cliënten geldt.  Dan valt deze voorziening niet onder het abonnementstarief. Gemeenten mogen voor deze voorziening dan een aparte bijdrage vragen.

Als de eigen bijdrage voor jou dan toch te hoog wordt, moet de gemeente onderzoeken of een algemene voorziening dan (financieel) beter bij jou past. Als dit niet zo is, dan moet de gemeente je een andere mogelijkheid bieden. Dit kan bijvoorbeeld in de vorm van een maatwerkvoorziening waarvoor het abonnementstarief geldt.

  • Schakel op tijd een cliëntondersteuner in
  • Zorg dat je goed kunt uitleggen wat je ziektebeeld inhoudt en wat je beperkingen zijn. Neem eventueel informatie van je huisarts of specialist mee ter ondersteuning van je verhaal.
  • Zet op een rij wat je beperkingen zijn
  • Geef aan wat je zelf kunt doen en wat vrienden en familie doen
  • Geef aan wat familie en vrienden niet kunnen en waarom niet
  • Welke oplossingen zie je zelf?
  • Maak een persoonlijk plan. Daarin zet je welke problemen je hebt en welke zorg of ondersteuning deze problemen oplost. Lukt het maken van een persoonlijk plan niet zelf? Vraag dan hulp aan de cliëntondersteuner.

Met een persoonlijk plan geef je aan waar jij ondersteuning voor nodig hebt en welke oplossingen jij ziet. Je kunt deze bij je Wmo aanvraag meesturen (of binnen 7 dagen na je aanvraag). Dat hoeft niet, maar kan wel handig zijn.

Het laat zien dat je er zelf al goed over nagedacht hebt. Een ander voordeel is dat je door het opstellen van je persoonlijke plan, goed voorbereid bent op het keukentafelgesprek.

  • Houd een persoonlijk plan kort en bondig
  • Je bepaalt zelf wat je in het persoonlijk plan zet
  • Kom je er niet uit? Roep de hulp in van een cliëntondersteuner
  • Wat kan er in het persoonlijk plan komen te staan?

Onderwerpen voor het Persoonlijk Plan :

  1. Wie ben ik? Je stelt jezelf voor
  2. Waar loop ik tegenaan? Geef aan waar je problemen mee hebt. Dat kan te maken hebben met:
    • wonen
    • persoonlijke verzorging (wassen, douchen)
    • je huishouden
    • je dagbesteding
    • financiën / schulden
    • administratie
    • vervoer
    • sociale contacten
    • vrije tijd
  1. Wat kan ik zelf of met hulp oplossen?
    • Wat kan ik zelf?
    • Wat doen vrienden/buren of familie?
    • Welke voorzieningen zijn er in de buurt? Bijvoorbeeld gezamenlijke eten in wijkcentrum
  1. Waarvoor heb ik hulp of ondersteuning nodig? Bijvoorbeeld:
    • Woonaanpassingen
    • Hulpmiddelen
    • Huishoudelijke hulp
    • Dagbesteding
    • Individuele begeleiding
    • Sociale contacten
  1. Hoe kan die ondersteuning er voor mij het beste uitzien?
    • PGB ja of nee?
    • Voorziening in natura?
    • Welke voorziening of diensten (wees zo duidelijk mogelijk)

Download het persoonlijk plan om zelf in te vullen

Download een voorbeeld van een ingevuld persoonlijk plan

Het kan zijn dat er voor je aanvraag een medisch onderzoek nodig is. Bijvoorbeeld voor een vervoersvoorziening. De gemeente kan zelf bepalen wie ze vragen om dat onderzoek te doen.

Het onderzoek kan op verschillende manieren plaatsvinden:

  1. Een medewerker van de gemeente of het adviesbureau stelt je vragen over je gezondheid en je leefsituatie.
  2. Je wordt opgeroepen voor een gesprek. Vaak bij de GGD.
  3. Je krijgt bezoek van een medisch adviseur. Dit hoeft niet altijd een arts te zijn. Een arts moet het advies dat naar de gemeente gaat wel eerst goedkeuren voordat de gemeente het krijgt.

Soms is er aanvullende medische informatie nodig. Alleen een arts mag dit opvragen bij je huisarts of medisch specialist als jij daarvoor toestemming hebt gegeven. Teken alleen een formulier waar de vraag van de arts goed op staat.

LET OP! Je mag de medisch adviseur altijd vragen welk advies hij de gemeente geeft. Je hebt het recht daar ook een reactie op te geven. Soms kan hij dat advies nog niet geven als er aanvullende informatie nodig is.

LET OP! De gemeente hoeft het advies niet direct over te nemen. Ze mogen checken of zij vinden dat het advies zorgvuldig tot stand is gekomen. Als de gemeente twijfelt, mogen ze bij dezelfde of bij een andere organisatie opnieuw advies vragen.

Inlichtingenplicht

Je bent verplicht om alle informatie die van belang is voor je aanvraag, door te geven aan je  gemeente. De gemeente moet kunnen bepalen of je recht hebt op een Wmo-voorziening. Bijvoorbeeld je gezinssituatie. Als deze wijzigt moet je dat opnieuw doorgeven.

Medewerkingsplicht

De gemeente doet onderzoek om te kijken of je recht hebt op een Wmo-voorziening. Je bent verplicht hieraan mee te werken. Bijvoorbeeld door op een afspraak te verschijnen.

De gemeente is verplicht je te informeren over:

  1. Cliëntondersteuning. De gemeente is verplicht je te vertellen dat je recht hebt op een cliëntondersteuner
  1. De gemeente moet je tijdens het onderzoek aangeven dat je kunt kiezen tussen een voorziening in natura of via een persoonsgebonden budget. In natura betekent dat de gemeente de voorziening regelt.

Als je een voorziening via een persoonsgebonden budget (PGB) wilt, moet je daar vaak zelf om vragen. Een PGB houdt in dat je geld krijgt van de gemeente en jij voor dat geld zelf de voorziening koopt, of regelt.

LET OP! Je moet altijd kunnen verantwoorden waar je het geld aan hebt uitgegeven. Houd een goede administratie bij. Meer informatie over een PGB en hulp bij een PGB kun je krijgen bij Per Saldo.

  1. De gemeente moet je niet alleen vertellen dat je een PGB kunt krijgen, ze zijn ook verplicht aan te geven
  • hoe hoog het budget is
  • de manier waarop de hoogte van het PGB is berekend
  • onder welke voorwaarden je van een PGB informele zorg (dat is zorg door vrijwilligers of mantelzorgers) gebruik kunt maken.

Ben je het niet eens met de beslissing van de gemeente, dan kun je bezwaar maken. Heb je geen ervaring met bezwaar maken? Roep dan de hulp in van een cliëntondersteuner. Bezwaar maken doe je met het schrijven van een brief. Doe dat binnen 6 weken nadat je de beslissing van de gemeente hebt ontvangen. In de brief geef je duidelijk aan waarom de beslissing van de gemeente niet goed is.

De gemeente heeft dan ook weer 6 weken de tijd om op je bezwaar te reageren. Ben je het daar ook niet mee eens, dan kun je bezwaar maken door beroep aan te tekenen bij de rechtbank. Ook dat moet je op tijd doen! Binnen 6 weken.

Ben je het niet eens met de beslissing van de rechtbank dan kun je nog in beroep gaan bij de Centrale Raad van Beroep. Doe dit ook weer binnen 6 weken.

Heb je een persoonsgebonden budget waaruit jij je Wmo-voorziening betaald? En heb je die zorg vanwege corona niet gekregen maar wel betaald?

Daarvoor heeft Zorgverzekeraars Nederland (ZN) samen met het ministerie van VWS een regeling opgesteld.

Je mag deze declaraties voor niet-geleverde zorg indienen als reguliere declaraties. Je moet dat wel via speciale formulieren doen.

Bekijk de regeling en de voorwaarden

Download de checklist voor het aanvragen van een Wmo voorziening