Deze pagina is bedoeld voor mensen met axiale spondyloartritis (axiale SpA), waaronder de ziekte van Bechterew. Mensen met deze aandoening hebben vooral last van ontstekingen in hun wervelkolom. Meer informatie over axiale spondyloartritis vind je hier.

Het doel van deze pagina is mensen met axiale SpA te informeren over mogelijke reuma-medicijnen en hulp bieden bij het maken van keuzes over deze medicijnen.

Deze pagina bestaat uit 4 delen:

  1. Een gesprekshulp om je voor te bereiden op je volgende afspraak
  2. Een overzicht van reuma-medicijnen voor axiale SpA
  3. Een keuze tabel om medicijnen te vergelijken (Klik hier als je direct wilt starten)
  4. Een vraag om te controleren of je genoeg weet om een keuze te kunnen maken.

Klik op de balk met het + teken als je meer informatie wilt lezen. Je hoeft niet precies op het + teken te klikken, je kunt op de hele balk klikken. Je ziet dan een uitklapscherm met tekst tevoorschijn komen. Wil je het uitklapscherm weer weg hebben, klik dan nogmaals bovenaan de balk. Alle informatie op deze pagina kun je opslaan en printen.

Deel 1: gesprekshulp behandeling axiale spondyloartritis (axiale SpA)

Hieronder staan 5 vragen en tips waarmee je de volgende afspraak met je reumatoloog goed kunt voorbereiden.

Samen beslissen

Vertel aan je reumatoloog tijdens het gesprek hoe het met je gaat. Bijvoorbeeld met:

  • Wat goed gaat en wat niet goed gaat in je dagelijkse leven. Bijvoorbeeld: werk, bewegen, huishouden, sociale activiteiten
  • Je klachten, zoals vermoeidheid, pijn, ontstekingen of andere aandoeningen
  • Het gebruik van je medicijnen
  • Bijwerkingen of wisselwerkingen van je medicijnen

Samen met je reumatoloog maak je een behandelplan. In het begin is het doel bij axiale SpA bijna altijd: verminderen van de ontstekingen (‘lage ziekteactiviteit’) en het liefst binnen 6 maanden de ziekte helemaal tot rust brengen (‘remissie’).

Vertel de reumatoloog wat voor jou belangrijk is in je leven. Zowel in je privéleven als op je werk. Geef aan wat je doelen zijn en wanneer je deze wilt bereiken. Misschien wil je bijvoorbeeld:

  • Op reis gaan
  • Graag kinderen krijgen
  • Meer energie hebben
  • (Blijven) werken
  • Zelfredzaam blijven

Bij elke afspraak die je met je reumatoloog hebt, kijken jullie hoe het met je doelen staat.

Bespreek met je behandelaar hoe het nu gaat en of je huidige reuma-medicijnen nog bij je doelen passen. Er zijn meerdere mogelijkheden:

  • Doorgaan met de huidige behandeling, als het goed gaat
  • Huidige behandeling aanpassen, als het beter of juist slechter gaat. De behandeling kan ook aangepast worden als je (te) veel last hebt van bijwerkingen. Bijvoorbeeld:
    • Een hogere of juist lagere dosis (hoeveelheid) van je medicijn
    • Een andere toedieningsvorm (bijvoorbeeld een injectie in plaats van een tablet)
    • Overstappen naar een ander medicijn
    • Toevoegen van een ander medicijn

Het gebruik van reuma-medicijnen kan positieve en negatieve effecten hebben. Bespreek dit met je behandelaar. Je kunt bijvoorbeeld de volgende vragen stellen:

  • Hoe moet je het medicijn gebruiken (slikken, spuiten of via een infuus)?
  • Wat zijn de positieve effecten van het medicijn?
  • Hoe lang duurt het voordat het medicijn werkt?
  • Wat zijn de negatieve effecten (bijwerkingen) op korte en lange termijn en hoe kan de kans op een bijwerking worden verminderd?

Aan het eind van het gesprek maken jullie een nieuwe afspraak en spreken jullie af hoe jullie het verloop van je axiale SpA in de gaten gaan houden (monitoring).

 

Deel 2: Reuma-medicijnen voor axiale spondyloartritis (axiale SpA)

In dit deel vind je een overzicht van alle reuma-medicijnen voor axiale SpA. Het doel hiervan is om meer inzicht te krijgen in de mogelijke behandelopties. Je kunt medicijnen krijgen uit één of meerdere groepen tegelijkertijd. Medicijnen kunnen ook worden afgebouwd. Kijk voor meer informatie over medicijnen op de pagina met medicijnfolders.

De keuzetabel (deel 3 op deze pagina) kun je gebruiken om een keuze te maken in medicijnen uit groep E, de biologische reumaremmers en tsDMARDs (JAK-remmers).

Deze groep bestaat uit klassieke NSAIDs (Non Steroidal Anti-Inflammatory Drug) en uit NSAIDs die COX-2 remmen (COX-2 remmers). Kies samen met je reumatoloog voor een medicijn uit een van deze groepen. Bijvoorbeeld diclofenac, naproxen of ibuprofen (klassieke NSAIDs) of celecoxib of etoricoxib (COX-2 remmers).

Om maag- en darmklachten te voorkomen krijg je bij klassieke NSAIDs soms een maagbeschermer voorgeschreven. Bij de COX-2 remmers is dit minder vaak nodig. Soms wordt een NSAID gecombineerd met andere reuma-remmende medicijnen.

Kan je niet tegen NSAIDs of mag je geen NSAIDs? Kies dan samen voor een ander medicijn uit de volgende groep medicijnen.

Resultaat

Gaat het langere tijd goed met je en is het doel bereikt? Als het kan, kijk dan samen met je reumatoloog of je deze medicijnen kunt afbouwen.

Gaat het niet goed? Kijk samen met je reumatoloog of er nog mogelijkheden zijn (dosis verhogen, veranderen medicijn of ander medicijn toevoegen).

Zo niet: bespreek dan samen met je reumatoloog of je naar de volgende behandelkeuze kan.

▼ ▼ ▼ naar volgende behandelkeuze

Bij aanhoudende ontstekingen in de perifere gewrichten of aanhechtingen (zoals in je knieën of polsen) kan je reumatoloog een glucocorticoïd (cortison) injectie geven of prednisolon voorschrijven.

▼ ▼ ▼ naar volgende behandelkeuze

Resultaat

► Glucocorticoïden gebruik je vaak tijdelijk in combinatie met andere medicijnen. Bespreek met je reumatoloog of je kunt stoppen als het doel bereikt is.

► Gaat het niet goed?
Bespreek dan samen met je reumatoloog of je naar de volgende behandelkeuze kan.

De groep klassieke reuma-medicijnen (DMARDs, Disease-Modifying Anti Rheumatic Drugs) zijn alleen geschikt voor mensen met axiale SpA en bijkomende ontstekingen in de perifere gewrichten (zoals in je knieën of polsen).

Bijvoorbeeld methotrexaat, leflunomide, sulfasalazine of hydroxychloroquine. Er zijn controles nodig voor de start en tijdens het gebruik van medicijnen uit deze groep. Om direct de pijn en ontsteking te bestrijden, krijg je DMARDs vaak tijdelijk in combinatie met andere medicijnen.

Resultaat

Gaat het langere tijd goed met je en is het doel bereikt? Als het kan, kijk dan samen met je reumatoloog of je deze medicijnen kunt afbouwen.

Gaat het niet goed? Kijk samen met je reumatoloog of er nog mogelijkheden zijn (dosis verhogen, veranderen medicijn of ander medicijn toevoegen). Zo niet: bespreek dan samen met je reumatoloog of je naar de volgende behandelkeuze kan.

▼ ▼ ▼ naar volgende behandelkeuze

De groep biologische reumaremmers voor axiale SpA (ook wel biologicals en bDMARDs genoemd) bestaat uit medicijnen die het eiwit TNF, Tumor-Necrosis Factor, of IL17, Interleukine 17, remmen.

Voorbeelden van TNF-remmers zijn etanercept, adalimumab, infliximab, golimumab, certolizumab pegol. Voorbeelden van IL-17 remmers zijn secukinumab en ixekizumab.

De groep tsDMARDs (ook wel doelgerichte synthetische reumaremmers en JAK-remmers genoemd) bestaat uit medicijnen die het eiwit JAK, Janus Kinase,  remmen. Een voorbeeld van een JAK-remmer is upadacitinib.

Klik hier voor meer informatie over bDMARDS

Voor enkele biologische reumaremmers zijn vergelijkbare medicijnen beschikbaar (‘biosimilars’). Deze werken even goed als de oorspronkelijke biologische reumaremmers (‘biologicals’).

Er zijn controles nodig voor start en tijdens het gebruik van medicijnen uit deze groep. Denk aan bloedonderzoeken en het maken van röntgenfoto’s. Overleg met je reumatoloog welke medicijnen voor jouw situatie geschikt zijn.

Resultaat

Gaat het langere tijd goed met je en is het doel bereikt? Als het kan, kijk samen met je reumatoloog dan of je deze medicijnen kunt afbouwen.

Gaat het niet goed? Kijk samen met je reumatoloog of er nog mogelijkheden zijn (dosis verhogen, veranderen medicijn of ander medicijn toevoegen). Zo niet: bespreek dan samen met je reumatoloog of een ander medicijn kunt gebruiken.

▼ ▼ ▼ naar volgende behandelkeuze

Dit is een algemeen schema van beschikbare reuma-medicijnen voor axiale SpA. Afhankelijk van jouw situatie kun je samen met je reumatoloog hiervan afwijken. De keuzehulp is opgesteld door ReumaNederland en de NVR (Nederlandse Vereniging voor Reumatologie), op basis van de NVR richtlijn voor de diagnostiek en behandeling van Axiale Spondyloartritis (2014, gevolgd door een update van de literatuur). Een richtlijn is een advies voor reumatologen over de beste behandeling.

Deel 3: keuzetabel voor biologische reuma-medicijnen of tsDMARDs (JAK-remmers) voor axiale SpA

Deze keuzetabel kun je gebruiken om medicijnen uit de groep biologische reumaremmers en tsDMARDs (JAK-remmers) met elkaar te vergelijken. Bespreek met je reumatoloog welke optie of opties geschikt zijn voor jouw persoonlijke situatie. Je reumatoloog heeft je misschien een verwijskaartje hiervoor gegeven. Je hoeft geen keuze te maken; je kunt ook kiezen om geen (nieuw) medicijn te starten.

Houd rekening met de volgende punten bij het starten en gebruik van een medicijn  uit deze groep:

  • Er zijn controles nodig vooraf en tijdens het gebruik van deze medicijnen. Er wordt gecontroleerd of je tuberculose* hebt (gehad). Hiervoor laat je een röntgenfoto maken van je borstkas en laat je een bloedtest uitvoeren. Er wordt ook gecontroleerd of je Hepatitis B, een ontsteking van je lever, hebt (gehad). Hiervoor laat je een bloedtest uitvoeren.
    * Tuberculose (TBC) is een infectieziekte die wordt veroorzaakt door een bacterie.
  • Voor sommige medicijnen moet je iedere 3 of 4 maanden je bloed laten controleren.
  • Bij het gebruik van deze medicijnen is er een verhoogd risico is op het krijgen van infecties, zoals blaasontstekingen.
  • Sommige medicijnen moet je in de koelkast bewaren tussen 2°C en 8°C. Houd hier rekening mee als je langere tijd van huis bent voor je werk of vakantie.
  • Sommige medicijnen moet je even stoppen als je een operatie moet ondergaan. Denk hierbij ook aan (kleine) operaties bij je tandarts. Bespreek het stoppen of doorgaan met je reumatoloog. Geef ook aan je behandelend arts of tandarts door dat je deze medicijnen gebruikt.
  • Sommige vaccinaties mag je niet krijgen bij bepaalde medicijnen. Vraag je behandelaar of GGD naar welke vaccinaties je wel of niet mag krijgen. Dit zijn vooral vaccinaties tegen ziekten in het buitenland. De griepprik en COVID vaccinatie zijn veilig. 
  • Breng je behandelaar altijd op de hoogte wanneer je een kinderwens hebt. Laat je behandelaar ook weten als je zwanger bent of borstvoeding geeft.

Keuzetabel

Je kunt maximaal 5 medicijnen met elkaar vergelijken. Het kan even duren voordat de informatie tevoorschijn komt. Dat heeft onder andere te maken met de hoeveelheid medicijnen die je wilt vergelijken en de snelheid van je internet.

Selecteer:
Hoe moet ik het medicijn gebruiken?
2. Hoe vaak moet ik het medicijn gebruiken? Dit de standaard frequentie. Soms wordt het medicijn vaker of minder vaak voorgeschreven.
3. Is er een opbouwschema nodig?
4. Sinds wanneer is dit medicijn beschikbaar voor axiale SpA?
5. Klasse
6. Hoe lang duurt het voordat het effect merkbaar is?
7. Wat is het verwachte effect op ontsteking in gewrichten van de rug en het bekken (SI-gewrichten)?
8. Wat is het verwachte effect op ontstekingen in perifere gewrichten (polsen, enkels)?

Dit is het verwachte effect voor alle patiënten met axiale SpA. De medicijnen kunnen ook geen of een minder sterk effect hebben. Het effect kan ook verminderen in de loop van de tijd.
9. Wat is het verwachte effect op enthesitis (ontsteking op de plaats waar een of meer pezen aan het bot vastzitten)?
10. Wat is het verwachte effect op ontstekingen van de huid - psoriasis?

Dit is het verwachte effect voor alle patiënten met axiale SpA. De medicijnen kunnen ook geen of een minder sterk effect hebben. Het effect kan ook verminderen in de loop van de tijd.
11. Wat is het verwachte effect op ontstekingen van de darmen – Colitis ulcerosa of de ziekte van Crohn?

Dit is het verwachte effect voor alle patiënten met axiale SpA. De medicijnen kunnen ook geen of een minder sterk effect hebben. Het effect kan ook verminderen in de loop van de tijd.
12. Wat is het verwachte effect op ontstekingen aan de ogen – Uveïtis anterior?

Dit is het verwachte effect voor alle patiënten met axiale SpA. De medicijnen kunnen ook geen of een minder sterk effect hebben. Het effect kan ook verminderen in de loop van de tijd.
13. Wat zijn de meest voorkomende bijwerkingen?

Meer informatie over bijwerkingen kun je lezen in de medicijnfolders.
14. Kun je dit medicijn gebruiken tijdens de zwangerschap?
15. Kun je dit medicijn gebruiken tijdens het geven van borstvoeding?
16. Medicatiefolders

Deel 4 Behandelkeuze maken

Dit is het einde van de keuzehulp. Je kunt de informatie in de keuzetabel printen of in een document (pdf) opslaan. Bespreek deze informatie samen met je behandelaar. Je kunt er ook voor kiezen om nu geen medicijn te starten. Je kunt op een later moment ervoor kiezen om toch te starten met een medicijn.

Weet je genoeg om een geïnformeerde keuze maken?

□ Ja

□ Nee

Extra vragen:

Heb je nog zorgen of vragen? Of zijn er nog dingen onduidelijk? Schrijf deze op en stel je vragen gerust aan je behandelaar.